Prg. 2006, 174
Ontbinding arbeidsovereenkomst. Kantonrechter acht werkgeefster dermate verwijtbaar gehandeld te hebben dat, meer dan door werkneemster (41 jr., 10 dj., sal. € 3272 p.m.) gevraagd (C=2), een vergoeding in uitzicht wordt gesteld van € 180 000 (C=3).
Ktr. Haarlem 03-10-2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AY9537
- Instantie
Kantonrechter Haarlem
- Datum
3 oktober 2006
- Magistraten
Mr. F.J.P. Veenhof
- Zaaknummer
318010/AOVERZ06-1312
- LJN
AY9537
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBHAA:2006:AY9537, Uitspraak, Rechtbank Haarlem, 03‑10‑2006
- Wetingang
BW art. 7:611; BW art. 7:685
Essentie
Ontslagrecht. Hoe verwijtbaar is het niet of onvoldoende aandacht besteden aan het zoeken naar passend ander werk voor een arbeidsongeschikte werknemer, en in plaats daarvan ontbinding van de arbeidsovereenkomst te vragen?
Zelfs zodanig verwijtbaar dat een rechter in geval van ontbinding van de arbeidsovereenkomst een hogere vergoeding toewijst dan gevraagd!
Samenvatting
Werkgeefster verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werkneemster (41 jaar, 10 dienstjaren, salaris € 3272 bruto per maand) op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. Werkneemster meldde zich ziek op 24 januari 2006 wegens, volgens haar, een te zware werkdruk. Op 27 februari 2006 hervatte werkneemster haar werkzaamheden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.