Prg. 2025/159
Een echtgenote vordert medewerking van de erfgenamen aan de vestiging van vruchtgebruik op de echtelijke woning en inboedel. De kantonrechter had zich onbevoegd verklaard. Onterecht, oordeelt de Hoge Raad.
HR 04-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:511
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 april 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/03451
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Erfrecht / Erfopvolging bij versterf
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:511, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1129, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
- Wetingang
Samenvatting
De echtgenote van een overleden man vorderde voor de kantonrechter medewerking van de erfgenamen aan de vestiging van vruchtgebruik op de echtelijke woning en inboedel (art. 4:29 BW) en op andere goederen van de nalatenschap (art. 4:30 BW). De kantonrechter verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak door.
De Hoge Raad overweegt dat art. 4:29 lid 1 en 4:30 lid 1 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.