Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/2.3.2
2.3.2 Titel 2.9 BW
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648929:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Hijink 2016.
Titel 2.9 BW stelt verschillende regels ten aanzien van de opmaak en de publicatie van de jaarrekening. In aanvulling daarop bevat het Besluit modellen jaarrekening gedetailleerde modellen voor de inrichting van een jaarrekeningen van BV’s en NV’s.
Het Besluit Actuele Waarde geeft nadere regels met betrekking tot de inhoud, de grenzen en de wijze van toepassing van de waardering van (bepaalde) activa en verplichtingen tegen actuele waarde. Dit is een aanvulling op de mogelijkheid die de wet biedt om bepaalde activa en verplichtingen tegen actuele waarde te waarderen.
Na de Vierde EG-Richtlijn en de Zevende EG-Richtlijn is nog een aantal andere richtlijnen verschenen met betrekking tot het jaarrekeningenrecht. Deze EG-richtlijnen regelen met name meer specifieke aangelegenheden en geven bijzondere voorschriften ten aanzien van financiële instellingen, zoals banken en verzekeringsmaatschappijen.
De IAS-standaard (later aangeduid als IFRS) is een internationale standaard op basis waarvan een jaarrekening kan worden opgesteld die door de EU is goedgekeurd. Deze internationale standaard kan vrijwillig worden toegepast door niet-beursgenoteerde ondernemingen (2:362 lid 8 BW). Europese ondernemingen die wel beursgenoteerd zijn, zijn op grond van Verordening EG 1606/2002 (ook wel IAS-Verordening genoemd) verplicht om hun geconsolideerde jaarrekening sinds boekjaren die zijn aangevangen op of na 1 januari 2005 op te stellen op basis van de IFRS-standaard. Deze verordening heeft rechtstreekse werking. Beursvennootschappen dienen de IFRS-standaard in hun geconsolideerde jaarrekening toe te passen. In de IFRS-standaard is geen standaard voor het bestuursverslag opgenomen. Als de IFRS-standaard (al dan niet vrijwillig) wordt toegepast, blijven de eisen omtrent het bestuursverslag zoals opgenomen in de Nederlandse wet gelden evenals de (mede) krachtens art. 2:391 lid 5 BW uitgevaardigde AMvB’s. Indien de moederentiteit van een Nederlandse niet-beursgenoteerde dochterentiteit de IFRS-standaard toepast op haar geconsolideerde jaarrekening, kan de dochterentiteit gebruikmaken van de vrijstelling van artikel 2:403 BW. De Raad voor de Jaarverslaggeving stelt zich in RJ 305.201a op het standpunt dat dit mogelijk is, mits is voldaan aan de (overige) voorwaarden van artikel 2:403 BW. Volgens de Raad voor de Jaarverslaggeving kan de dochterentiteit haar summiere jaarrekening (die op basis van de 403-vrijstelling opgesteld dient te worden maar welke niet gepubliceerd dient te worden) opstellen met behulp van de cijfers uit de consolidatiestaat welke is gebaseerd op de IFRS-standaard, zie RJ 305.203.
Zie wetsvoorstel 34.176, aangeduid als de Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening, en de totstandkomingsgeschiedenis daarvan op www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34176_uitvoeringswet_richtlijn.
Zie artikel 2:395a BW. De invoering van een verlicht jaarrekeningregime voor de kleinste groep rechtspersonen werd reeds enige tijd bepleit.
Titel 2.9 BW vormt de basis van het Nederlandse jaarrekeningenrecht. Het jaarrekeningenrecht is echter ‘verbrokkeld’.1 Niet voor elke rechtspersoon gelden dezelfde vereisten. Daarnaast geldt dat niet alle regels in de wet zijn terug te vinden. Naast titel 2.9 BW bestaan er enkele besluiten die nadere regels stellen ten aanzien van de opmaak en de publicatie van de jaarrekening, zoals het Besluit modellen jaarrekening2 en het Besluit actuele waarde.3
Titel 2.9 BW is sterk beïnvloed door een tweetal EG-richtlijnen; de Vierde EG-richtlijn en de Zevende EG-richtlijn.4 Door het jaarrekeningenrecht op hoofdlijnen op Europees niveau te regelen, werd getracht om het jaarrekeningenrecht van de lidstaten van de Europese Unie te harmoniseren. De bepalingen uit titel 2.9 BW komen daarom in grote mate overeen met de jaarrekeningrechtelijke bepalingen van de andere lidstaten van de Europese Unie. Sinds de invoering van de Vierde EG-Richtlijn en de Zevende EG-Richtlijn is titel 2.9 BW diverse malen herzien. Titel 2.9 BW is in 2005 gewijzigd naar aanleiding van de wijzigingen van de EG-richtlijnen in 2001 en 2003. Deze wijzigingen zijn doorgevoerd om de toepassing van de International Accounting Standards (IAS)/International Financial Reporting Standards (IFRS) binnen de kaders van de EG-richtlijnen mogelijk te maken.5
De voorschriften uit de Vierde EG-Richtlijn en de Zevende EG-Richtlijn zijn op hun beurt in 2013 herzien en vervangen. De Europese wetgever heeft op 26 juni 2013 de nieuwe Europese Jaarrekeningenrichtlijn6 uitgevaardigd. Deze richtlijn geeft nieuwe voorschriften voor de enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekening. De richtlijn maakt deel uit van het beleid van de Europese Commissie om de regelgeving en de toegang tot financiering voor het midden- en kleinbedrijf te vereenvoudigen. De Nederlandse wetgever heeft deze richtlijn recentelijk geïmplementeerd en in dat kader is titel 2.9 BW in 2016 gewijzigd.7 Met wijziging van titel 2.9 BW naar aanleiding van de nieuwe richtlijn is onder meer de ‘microrechtspersoon’ in het Burgerlijk Wetboek geïntroduceerd.8