Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2023/915 betreffende maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1881/2006
Aanhef
Geldend
Geldend vanaf 25-05-2023
- Bronpublicatie:
25-04-2023, PbEU 2023, L 119 (uitgifte: 05-05-2023, regelingnummer: 2023/915)
- Inwerkingtreding
25-05-2023
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
25-04-2023, PbEU 2023, L 119 (uitgifte: 05-05-2023, regelingnummer: 2023/915)
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Voedsel- en warenkwaliteit
(Voor de EER relevante tekst)
Verordening van 25 april 2023 betreffende maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1881/2006
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (1), en met name artikel 2, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
- (1)
Bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie (2) zijn maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen vastgesteld. Die verordening is al herhaaldelijk ingrijpend gewijzigd en aangezien in die verordening een aantal nieuwe wijzigingen moet worden aangebracht, moet zij worden vervangen.
- (2)
De maximumgehalten moeten op een strikt niveau worden vastgesteld dat redelijkerwijs haalbaar is met goede landbouw-, visserij- en productiepraktijken en rekening houdend met de risico's in verband met de consumptie van de levensmiddelen. In het geval van een mogelijk gezondheidsrisico moeten maximumgehalten voor verontreinigingen worden vastgesteld op een niveau dat zo laag als redelijkerwijs mogelijk (‘as low as reasonably achievable’, ALARA) is. Een dergelijke aanpak zorgt ervoor dat exploitanten van levensmiddelenbedrijven maatregelen nemen om verontreiniging zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken met het oog op de volksgezondheid. Voorts is het met het oog op de bescherming van de gezondheid van zuigelingen en peuters, als kwetsbare groep, passend om de laagste maximumgehalten vast te stellen die kunnen worden bereikt door een strikte selectie van de grondstoffen die voor de productie van levensmiddelen voor die bevolkingsgroep worden gebruikt, in voorkomend geval gecombineerd met specifieke productiepraktijken. Deze strikte selectie van grondstoffen past ook bij de productie van specifieke levensmiddelen die in de handel worden gebracht voor de eindverbruiker en waarvoor een strikt maximumgehalte is vastgesteld om kwetsbare bevolkingsgroepen te beschermen.
- (3)
Om een efficiënte bescherming van de volksgezondheid te waarborgen, mogen levensmiddelen die verontreinigingen bevatten in hoeveelheden die de maximumgehalten overschrijden, niet slechts niet als zodanig in de handel worden gebracht, maar ook niet als ingrediënt in levensmiddelen worden gebruikt of met levensmiddelen worden gemengd.
- (4)
Om het mogelijk te maken maximumgehalten toe te passen op gedroogde, verdunde, verwerkte en samengestelde levensmiddelen waarvoor geen specifieke maximumgehalten van de Unie zijn vastgesteld, moeten de exploitanten van levensmiddelenbedrijven de bevoegde autoriteiten de specifieke concentratie-, verdunnings- en verwerkingsfactoren en, in het geval van samengestelde levensmiddelen, de verhoudingen tussen de ingrediënten verstrekken, vergezeld van passende experimentele gegevens die de voorgestelde factoren rechtvaardigen.
- (5)
Wegens het gebrek aan toxicologische gegevens en wetenschappelijk bewijs voor de veiligheid van de metabolieten die ontstaan door chemische zuivering, is het passend een dergelijke behandeling van levensmiddelen te verbieden.
- (6)
Onderkend wordt dat het gehalte aan verontreinigingen in levensmiddelen door sortering of andere fysische behandelingen kan worden verlaagd. Om de gevolgen voor het handelsverkeer tot een minimum te beperken, is het passend hogere gehalten aan verontreinigingen toe te staan voor bepaalde producten die niet in de handel worden gebracht voor de eindverbruiker of als ingrediënt in levensmiddelen. In die gevallen moet bij het vaststellen van de maximumgehalten voor verontreinigingen rekening worden gehouden met de doeltreffendheid van dergelijke behandelingen voor het verlagen van het gehalte aan verontreinigingen in levensmiddelen tot onder de maximumgehalten die zijn vastgesteld voor producten die in de handel worden gebracht voor de eindverbruiker of die als ingrediënt in levensmiddelen worden gebruikt. Om misbruik van deze hogere maximumgehalten te voorkomen, is het passend bepalingen vast te stellen voor het in de handel brengen, de etikettering en het gebruik van de betrokken producten
- (7)
Sommige producten kennen ook andere toepassingen dan als levensmiddelen, waarvoor voor een bepaalde verontreiniging minder strenge of helemaal geen maximumgehalten gelden. Om een doeltreffende handhaving van de maximumgehalten voor verontreinigingen in deze levensmiddelen mogelijk te maken, is het passend voor die gevallen geschikte etiketteringsvoorschriften vast te stellen.
- (8)
Bepaalde vissoorten uit het Oostzeegebied kunnen hoge gehalten aan dioxinen, dioxineachtige polychloorbifenylen (‘dioxin-like polychlorinated biphenyls’, dl-pcb's) en niet-dioxineachtige polychloorbifenylen (‘non dioxin-like polychlorinated biphenyls’, ndl-pcb's) bevatten. Een aanzienlijk deel van deze vissoorten uit het Oostzeegebied voldoet niet aan de maximumgehalten en zou daardoor van het menu worden geschrapt indien de maximumgehalten zouden worden toegepast. Het weren van de vis uit de voeding kan echter negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid van de bevolking van het Oostzeegebied.
- (9)
Letland, Finland en Zweden beschikken over systemen die ervoor zorgen dat eindverbruikers op de hoogte worden gebracht van de voedingsaanbevelingen aan bepaalde kwetsbare bevolkingsgroepen om de consumptie van vis uit het Oostzeegebied te beperken teneinde gezondheidsrisico's te voorkomen. Het is daarom passend een afwijking voor Finland, Zweden en Letland te handhaven op grond waarvan deze landen kunnen toestaan dat bepaalde vissoorten van oorsprong uit het Oostzeegebied waarvan het gehalte aan dioxinen en/of dl-pcb's en/of ndl-pcb's de in deze verordening vastgestelde gehalten overschrijdt, zonder tijdsbeperking op hun grondgebied in de handel worden gebracht voor de eindverbruiker. Om de Commissie in staat te stellen de situatie te volgen, moeten Finland, Zweden en Letland jaarlijks verslag aan de Commissie blijven uitbrengen over de maatregelen die zij hebben genomen om de eindverbruikers op doeltreffende wijze op de hoogte te brengen van de voedingsaanbevelingen en om ervoor te zorgen dat vis en producten daarvan die niet voldoen aan de maximumgehalten, niet in andere lidstaten in de handel worden gebracht, alsook over de doeltreffendheid van die maatregelen.
- (10)
Hoewel zoveel mogelijk goede rookmethoden worden toegepast, zijn de huidige maximumgehalten voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) in verschillende lidstaten niet haalbaar voor bepaald traditioneel gerookt vlees en bepaalde traditioneel gerookte vleesproducten en voor bepaalde traditioneel gerookte vis en visserijproducten, voor zover de rookmethoden niet kunnen worden gewijzigd zonder de organoleptische kenmerken van het levensmiddel aanzienlijk te veranderen. Bij toepassing van de maximumgehalten zouden dergelijke traditioneel gerookte producten van de markt verdwijnen, wat zou leiden tot de sluiting van veel kleine en middelgrote ondernemingen. Dit is het geval voor bepaald traditioneel gerookte vlees en bepaalde traditioneel gerookte vleesproducten in Ierland, Spanje, Kroatië, Cyprus, Letland, Polen, Portugal, Slowakije, Finland en Zweden en bepaalde traditioneel gerookte vis en gerookte visserijproducten in Letland, Finland en Zweden. Daarom moet in bepaalde gevallen voor bepaald traditioneel gerookt vlees en voor bepaalde traditioneel gerookte vleesproducten en voor bepaalde traditioneel gerookte vis en gerookte visserijproducten een afwijking zonder tijdsbeperking voor lokale productie en consumptie worden gehandhaafd.
- (11)
De lidstaten moeten gegevens verzamelen en rapporteren die afkomstig zijn van officiële controles en van de monitoring van verontreinigingen overeenkomstig de controleplannen en de specifieke voorschriften voor officiële controles op verontreinigingen zoals vastgesteld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/931 van de Commissie (3) en Uitvoeringsverordening (EU) 2022/932 van de Commissie (4). Voor bepaalde specifieke verontreinigingen, waarvoor meer gegevens over het vóórkomen nodig zijn, wordt aanbevolen dat de lidstaten, exploitanten van levensmiddelenbedrijven en andere belanghebbende partijen de gegevens over het vóórkomen monitoren en rapporteren, alsook verslag uitbrengen over de voortgang bij de toepassing van preventieve maatregelen, zodat de Commissie kan beoordelen of het nodig is bestaande maatregelen te wijzigen of aanvullende maatregelen vast te stellen. Om dezelfde redenen is het ook passend dat de lidstaten de Commissie in kennis stellen van de informatie die zij met betrekking tot andere verontreinigingen hebben verzameld.
- (12)
De momenteel bij Verordening (EG) nr. 1881/2006, als gewijzigd, vastgestelde maximumgehalten moeten in deze verordening worden gehandhaafd. In het licht van de ervaring die met die verordening is opgedaan, en om de leesbaarheid van de regels te verbeteren, is het echter passend om enerzijds het gebruik van talrijke voetnoten te vermijden en anderzijds de verwijzingen naar bijlage I bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad (5) voor de definities van de categorieën uit te breiden.
- (13)
Wederom in het licht van de ervaring die met die verordening is opgedaan, en om een uniforme handhaving van de maximumgehalten mogelijk te maken, moet worden verduidelijkt dat ondergrensconcentraties moeten worden gebruikt in de gevallen waarin voor meerdere verbindingen maximumgehalten zijn vastgesteld (som van de gehalten), tenzij anders vermeld, en moet worden verduidelijkt op welke delen van schaaldieren de maximumgehalten van toepassing zijn.
- (14)
Wat cadmium betreft, is het passend de huidige vrijstelling voor mout uit te breiden tot alle granen die worden gebruikt voor de productie van bier of distillaten, op voorwaarde dat het resterende graanresidu niet als levensmiddel in de handel wordt gebracht, omdat cadmium voornamelijk in het graanresidu achterblijft en het cadmiumgehalte in bier derhalve zeer laag is.
- (15)
Wat PAK's betreft, is het op basis van de productiemethode en de beschikbare analytische gegevens, waaruit bleek dat slechts een verwaarloosbare hoeveelheid van die stoffen werd aangetroffen in instant-/oploskoffie, passend om instant-/oploskoffie uit te sluiten van het maximumgehalte voor poeder van levensmiddelen van plantaardige oorsprong voor de bereiding van dranken. Bovendien zijn de maximumgehalten voor PAK's voor volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding en peutervoeding en voor zuigelingen en peuters bedoelde voeding voor medisch gebruik momenteel vastgesteld voor producten zoals die in de handel worden gebracht, zonder onderscheid te maken naar de fysische vorm van het product. Het is daarom passend om te verduidelijken dat deze maximumgehalten betrekking hebben op het gebruiksklare product (als zodanig in de handel gebracht of volgens de gebruiksaanwijzing van de fabrikant gereconstitueerd).
- (16)
Wat melamine betreft, heeft de Codex Alimentarius naast een maximumgehalte voor volledige zuigelingenvoeding in poedervorm ook een maximumgehalte voor vloeibare volledige zuigelingenvoeding vastgesteld, dat de Unie heeft aanvaard. Het is daarom passend dat maximumgehalte voor melamine in volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding dienovereenkomstig toe te passen.
- (17)
Verordening (EG) nr. 1881/2006 moet daarom worden ingetrokken.
- (18)
Wanneer de Commissie nieuwe maximumgehalten voor verontreinigingen in levensmiddelen vaststelt, voorziet zij, in voorkomend geval, in overgangsmaatregelen om de marktdeelnemers in staat te stellen zich voor te bereiden op de toepassing van de nieuwe regels. Met het oog op een soepele overgang tussen Verordening (EG) nr. 1881/2006 en deze verordening is het passend de overgangsmaatregelen met betrekking tot de in deze verordening overgenomen maximumgehalten, die nog steeds relevant zijn, te handhaven.
- (19)
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Voetnoten
PB L 37 van 13.2.1993, blz. 1.
Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5).
Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/931 van de Commissie van 23 maart 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor de uitvoering van officiële controles in verband met verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 162 van 17.6.2022, blz. 7).
Uitvoeringsverordening (EU) 2022/932 van de Commissie van 9 juni 2022 betreffende eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van officiële controles wat verontreinigingen in levensmiddelen betreft, specifieke aanvullende inhoud van meerjarige nationale controleplannen en specifieke aanvullende regelingen voor de opstelling daarvan (PB L 162 van 17.6.2022, blz. 13).
Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1).