NJ 1939/980
Medeplichtigheid aan heling:, aan poging tot oplichting en aan het plegen van het misdrijf van art. 134 bis Sr. Heling kan ook geschieden door hem, die het misdrijf, waardoor het voorwerp is verkregen, heeft uitgelokt. Ten onrechte gegeven bevel van art. 14 a Sr.
HR 27-03-1939, ECLI:NL:HR:1939:66
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 maart 1939
- Magistraten
Mrs. Taverne, de Menthon Bake, Servatius, Donner en van der Meulen
- Zaaknummer
[27031939/NJ_1939-980]
- Conclusie
Mr. Rombach
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1939:66, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑03‑1939
- Wetingang
Essentie
Medeplichtigheid aan heling:, aan poging tot oplichting en aan het plegen van het misdrijf van art. 134 bis Sr. Heling kan ook geschieden door hem, die het misdrijf, waardoor het voorwerp is verkregen, heeft uitgelokt. Ten onrechte gegeven bevel van art. 14 a Sr.
Samenvatting
Het in de t.l.l. met „door" ingeleide heeft enkel betrekking op de wijze waarop de behulpzaamheid heeft plaats gehad, terwijl overigens met: „dat hij, verd....... opzettelijk ...... behulpzaam is geweest bij het plegen van vorenomschreven misdrijf" van eene feitelijke t.l.l. sprake is. In de t.l.l., dat hij opzettelijk is behulpzaam geweest bij het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.