NJB 2016/1955:Witwassen door het voorhanden hebben van een voorwerp dat afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf: de Hoge Raad herhaalt de daarvoor geldende nadere motiveringseisen (vergelijk Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:150, NJ 2013/515, r.o. 6.4.1, 6.4.2 en 6.5.): in casu heeft het hof niet aannemelijk geacht dat het betrokken geldbedrag ‘onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstig’ was. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk nu door of namens de verdachte niet met voldoende concretisering is aangevoerd dat het bij de verdachte aangetroffen geldbedrag onmiddellijk afkomstig is uit eigen misdrijf, terwijl uit de door het hof gebezigde bewijsvoering en het bewezenverklaarde evenmin rechtstreeks voortvloeit dat het geldbedrag onmiddellijk afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf. Aldus zijn voormelde nadere motiveringseisen in de onderhavige zaak niet van toepassing. A-G: anders