NJB 2016/1955
Witwassen door het voorhanden hebben van een voorwerp dat afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf: de Hoge Raad herhaalt de daarvoor geldende nadere motiveringseisen (vergelijk Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:150, NJ 2013/515, r.o. 6.4.1, 6.4.2 en 6.5.): in casu heeft het hof niet aannemelijk geacht dat het betrokken geldbedrag ‘onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstig’ was. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk nu door of namens de verdachte niet met voldoende concretisering is aangevoerd dat het bij de verdachte aangetroffen geldbedrag onmiddellijk afkomstig is uit eigen misdrijf, terwijl uit de door het hof gebezigde bewijsvoering en het bewezenverklaarde evenmin rechtstreeks voortvloeit dat het geldbedrag onmiddellijk afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf. Aldus zijn voormelde nadere motiveringseisen in de onderhavige zaak niet van toepassing. A-G: anders
HR 11-10-2016, ECLI:NL:HR:2016:2294
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
11 oktober 2016
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma
- Zaaknummer
15/04571
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:2294, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 11‑10‑2016
ECLI:NL:PHR:2016:780, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑06‑2016
- Wetingang
(art. 420bis Sr)
Essentie
Witwassen door het voorhanden hebben van een voorwerp dat afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf: de Hoge Raad herhaalt de daarvoor geldende nadere motiveringseisen (vergelijk Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:150, NJ 2013/515, r.o. 6.4.1, 6.4.2 en 6.5.): in casu heeft het hof niet aannemelijk geacht dat het betrokken geldbedrag ‘onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstig’ was. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk nu door of namens de verdachte niet met voldoende concretisering is aangevoerd dat het bij de verdachte aangetroffen geldbedrag onmiddellijk afkomstig is uit eigen misdrijf, terwijl uit de door het hof gebezigde bewijsvoering en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.