Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/3.1
3.1 Inleiding
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708346:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
ESG staat voor Environmental, Social en Governance. Zie voor een korte inleiding over ESG Wit & Westerdijk, Bb 2022/21.
Recent was er in TvI wel een discussie over dit onderwerp tussen Pool en Van Eekelen-Atema. Zie Pool, TvI 2022/20, Van Eekelen-Atema, TvI 2022/27 en Pool, TvI 2022/28.
Zie, naast de bronnen die genoemd zijn in paragraaf 3.2 en 3.3, recentelijk Van Aartsen, Olaerts & Bauer, Ondernemingsrecht 2022/79; Kemp, MvO 2022, afl. 1/2; Garcia Nelen 2020 (zie in het bijzonder par. 5.3 en hoofdstuk 7); Timmerman, MvO 2020, afl. 5/6 (met name par. 6 en 7); Winter e.a., Ondernemingsrecht 2020/86; Koster 2019; Verbrugh, Ondernemingsrecht 2019/67; Kroeze, Ondernemingsrecht 2019/50 en Winter, Ondernemingsrecht 2019/2.
In de Nederlandse insolventierechtelijke literatuur is relatief weinig aandacht voor ESG-factoren1 en andere maatschappelijke belangen.2 Weliswaar is er enige discussie over de vragen met welke belangen de curator rekening dient te houden bij de afwikkeling van het faillissement en of de curator de belangen van de gezamenlijke schuldeisers altijd voorop moet stellen of onder omstandigheden belangen van maatschappelijke aard mag laten voorgaan, maar een duidelijk kader op basis waarvan de curator diverse belangen tegen elkaar moet afwegen ontbreekt. Anders dan in de insolventierechtelijke literatuur, is in de ondernemingsrechtelijke literatuur de laatste jaren steeds meer aandacht voor belangenpluralisme3 en wordt steeds meer nagedacht over de vraag hoe diverse belangen op coherente wijze een plaats in de vennootschap en de met haar verbonden onderneming kunnen hebben. Dit ondernemingsrechtelijke gedachtegoed kan behulpzaam zijn bij het denken over belangenpluralisme in faillissement.
In dit hoofdstuk wordt ten eerste de vraag beantwoord welke belangen de curator naar geldend Nederlands recht moet behartigen in faillissement. In paragraaf 3.2 wordt de ontwikkeling geschetst van de opstellers van de Faillissementswet, die uitsluitend schuldeisersbelangen voor ogen hadden, naar jurisprudentie van de Hoge Raad en recente wetgeving(sinitiatieven) waaruit volgt dat ook belangen van maatschappelijke aard een rol moeten spelen voor de curator. Ook worden verschillende opvattingen hierover in de literatuur weergegeven. Tot slot wordt in 3.2 aan de hand van het vennootschappelijk belang kort stilgestaan bij de ontwikkeling die het ondernemingsrecht op dit punt heeft doorgemaakt. In paragraaf 3.3 wordt de vraag beantwoord hoe de curator op coherente wijze met diverse bij het faillissement betrokken belangen rekening kan houden. Daarbij worden ideeën ontleend aan de uitwerking van het vennootschappelijk belang in het ondernemingsrecht. Paragraaf 3.4 sluit af met een conclusie.