Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/10.3.2.1
10.3.2.1 Procedurele aspecten
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS369745:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Croiset van Uchelen 2008, par. 4 en 2010B, par. 2. Deels instemmend Olden 2009, p. 128.
Zie enerzijds par. 9.3.2 met name aan het einde en anderzijds par. 9.3.4.
Art. 2:355 lid 3 BW jo. art. 2:349a BW.
Asser/Maeijer, Van Solinge en Nieuwe Weme 2-II*, nr. 802, Compendium 2013, p. 1850 en 1851, Croiset van Uchelen 2008, par. 4 en 2010B, par. 2. Afwijzend Olden 2009, p. 128 en 129.
HR 23 maart 2012, NJ 2012, 393 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2012/141 m.nt. Josephus Jitta en Barkhuysen (e-Traction II).
Croiset van Uchelen1 uit vanuit procedurele hoek kritiek op het verschil tussen onmiddellijke voorzieningen en eindvoorzieningen als het gaat om de verhouding met dwingend recht. Hij wijst erop dat eindvoorzieningen worden getroffen nadat het enquêteonderzoek heeft plaatsgevonden en dat er doorgaans meer ruimte is geweest voor een partijdebat dan bij het treffen van onmiddellijke voorzieningen het geval is. “Hoe beter de Ondernemingskamer is voorgelicht, hoe minder zij mag” merkt Croiset van Uchelen om begrijpelijke redenen op. Hij zou dat liever willen omdraaien.2
Daarnaast wees Geerts er in zijn noot bij de Versatel-II-beschikking3 op dat zolang de enquêteprocedure aanhangig is, er onmiddellijke voorzieningen kunnen worden getroffen.4 Hij heeft hierin bijval gekregen in de literatuur.5
Later heeft de Hoge Raad in de e-Traction-II-beschikking6 bevestigd dat de enquêteprocedure voortduurt totdat de duur van eindvoorziening is verstreken en dat tot dat moment onmiddellijke voorzieningen kunnen worden verzocht. Aldus bezien is het onzinnig om onderscheid te maken tussen onmiddellijke voorzieningen en eindvoorzieningen.