Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/15.3.2.5
15.3.2.5 Soorten consumentenovereenkomsten (artikel 15 lid 1 EEX-V°/13 lid 1 Verdrag)
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS415683:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 21 juni 1978, zaak 150/77, Bertrand/Ott, Jur. 1978, p. 1431, NJ 1979, 115, r.o. 14 en 16.
HvJ EG 21 juni 1978, zaak 150/77, Bertrand/Ott, Jur. 1978, p. 1431, NJ 1979, 115, r.o. 20; HvJ EG 27 april 1999, zaak C-99/96, Mietz/Intership Yachting Sneek, Jur. 1999, p. 1-2277, NJ 2001, 90, r.o. 28.
Van Houtte/Pertegás Sender, Het nieuwe Europese 1PR, p. 41.
HvJ EG 27 april 1999, zaak C-99/96, Mietz/Intership, Jur. 1999, p. 1-2277, NJ 2001, 90, r.o. 31.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl 292 (maart 2004), p. A-a-308-312 (EEX-V°) en p. A-224 (EEX); Rapport Schlosser, p. 59/118, nr. 157.
Van Houtte/Pertegás Sender, Het nieuwe Europese 1PR, p. 41.
Van der Hof, On-line overeenkomsten, p. 98; Rapport Schlosser, p. 59/118, nr. 157.
Rapport Schlosser, p. 59/118, nr. 157.
Thom, IPRax 1995, p. 295.
LG Darmstadt 2 december 1993, IPRax 1995, p. 318 met commentaar van Thom, IPRax 1995, p. 295 en een rechtsvergelijkend onderzoek op p. 297.
Van der Hof, On-line overeenkomsten, p. 98; Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 268. Ook sommige onroerend goedtransacties vallen onder deze bepaling Hof 's Hertogenbosch 9 augustus 2005, NIPR 2006, 46. Voor sweepstakes maakt de wijziging geen verschil, Vlas, NJ 2005, 169, p. 1412.
Rb. Assen 17 maart 2004, NIPR 2004, 371.
AG Darmon voor HvJ EG 19 januari 1993, zaak C-89/91, Shearson/TVB Treuhandgesellschaft, Jur. 1993, p. 1-139, NJ 1996, 328; par. 79; anders: LG Darmstadt 2 december 1993, IPRax 1995, p. 294 die de adviesverplichtingen van de bank slechts als een nevenverplichting zag en daarom in het kader van art. 13 EEX niet doorslaggevend. Voor onroerend goed transacties zie Hof 'sHertogenbosch 9 augustus 2005, NIPR 2006, 46.
Rb. Utrecht 17 januari 2001, NIPR 2001, 223, NJ 2002, 211.
Rb. Leeuwarden 20 februari 1992, NIPR 1992, 271; Rb. Maastricht 22 februari 1996, NIPR 1996, 294.
Com (1999) 348 def, PbEG d.d. 28 december 1999, p. C 376/10, par. 4.5 onder art. 15.
Van Houtte/Pertegás Sender, Het nieuwe Europese 1PR, p. 42.
Van der Hof, On-line overeenkomsten, p. 99; anders: Joustra 2001, p. 81.
Zie over on-line consumentenovereenkomsten Kuypers, IPR en elektronische handel, p. 462 en HvJ EG 11 juli 2002, zaak C-96/00, Gabriel, Jur. 2002, p. 1-6367, NJ 2005, 169, r.o. 44 alsmede HvJ EG 20 januari 2005, zaak C-27/02, Engler/Janus Versand, Jur. 2005, p. 1-481, NJ 2006, 389.
Van Houtte, IPR-Verdragen, p. 68-69; Joustra, Contracteren, p. 80-81; Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-225.
HvJ EG 11 juli 2002, zaak C-96/00, Gabriel, Jur. 2002, p. 1-6367, NJ 2005, 169, r.o. 44 en 51 e.v.; HvJ EG 20 januari 2005, zaak C-27/02, Engler/Janus Versand, Jur. 2005, p. 1-481, NJ 2006, 389, r.o. 33 en 34; AG Jacobs voor HvJ EG 20 januari 2005, zaak C-464/01, Gruber/Bay Wa, Jur. 2005, p. 1-439, NJ 2006, 278, par. 53 e.v.; TGI Duinkerken 19 februari 1986, Clunet 1986, p. 713 (bezoek agent aan consument); Rb. Leeuwarden 20 februari 1992, NIPR 1992, 271; Rb. Amsterdam 21 april 1993, NIPR 1994, 160 (bezoek vertegenwoordiger is voldoende); Rb. Maastricht 22 februari 1996, NIPR 1996, 294 (initiatief tot de overeenkomst is beslissend); vgl. rapport Giuliano/Lagarde, toelichting art. 5 EEG Overeenkomstenverdrag, par. 3.
HvJ EG 11 juli 2002, zaak C-96/00, Gabriel, Jur. 2002, p. 1-6367, NJ 2005, 169, r.o. 45.
Van der Hof, On-line overeenkomsten, p. 98
AG Jacobs voor HvJ EG 20 januari 2005, zaak C-464/01, Gruber/Bay Wa, Jur. 2005, p. 1-439, NJ 2006, 278, par. 69 e.v.; voor nationale rechtspraak over art. 13 Verdrag betreffende 'noodzakelijke handelingen' verwijs ik onder meer naar Rb. Leeuwarden 20 februari 1992, NIPR 1992, 271 (tekenen opdrachtbevestiging); Rb. Rotterdam 20 mei 1999, NIPR 1999, 299 (tekenen koopovereenkomst).
Com (1999) 348 def, PbEG d.d. 28 december 1999, p. C 376/10, par. 4.5 onder art. 15.
Van der Hof, On-line overeenkomsten, p. 99; Com (1999) 348 def, PbEG d.d. 28 december 1999, p. C 376/10, par. 4.5 onder art. 15; Polak 2001, p. 411.
Van der Hof, On-line overeenkomsten, p. 99; Kuypers, 1PR en on-line overeenkomsten, p. 463.
Van Houtte/Pertegás Sender, Het nieuwe Europese 1PR, p. 42.
Anders: Vlas, Rechtsvordering, Verdrag & Verordeningen, suppl 304 (juli 2006), p. A-a — 314 en Joustra 2001, p. 81 die een mededeling voldoende acht.
Van der Hof, On-line overeenkomsten, p. 100.
Anders: Kropholler, EZPR, p. 226.
Indien sprake is van een consumentenovereenkomst, dient vervolgens te worden bezien of de overeenkomst behoort tot één van de drie soorten overeenkomsten die binnen het toepassingsbereik van Afdeling 4 valt. Behoort een consumentenovereenkomst daar niet toe, dan zijn op de overeenkomst de gewone regels van internationale bevoegdheid van toepassing, waaronder art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. Slechts consumentenovereenkomsten die voldoen aan de omschrijvingen van art. 15 lid 1 EEX-V° onder het materiële toepassingsbereik van Afdeling 4. De overeenkomsten onder a en b in art. 15 lid 1 EEX-V° zijn op gelijke wijze omschreven in art. 13 lid 1 Verdrag, hoewel de bewoordingen niet geheel identiek zijn. Art. 13 lid 1 Verdrag is voor categorie c echter restrictiever dan de overeenkomstige categorie in art. 15 lid 1 sub c EEX-V°. Ik zal beide varianten van categorie c hierna behandelen, maar begin thans met de eerste categorie.
Ad (a): koop en verkoop op afbetaling van roerende lichamelijke zaken
Ook het begrip overeenkomst van koop en verkoop op afbetaling van roerende zaken' is een verdragsautonoom begrip1 dat als volgt kan worden omschreven:
`een transactie (...), waarbij de prijs in een aantal termijnen wordt voldaan of welke is verbonden met een financieringsovereenkomst'.2
Afdeling 4 is voor deze categorie alleen van toepassing, indien de verkoper het bezit van de zaak heeft overgedragen voordat de gehele koopprijs is voldaan.3 In dat geval bestaat volgens het Hof van Justitie het gevaar van misleiding over de koopprijs en het risico van de zaak voor de koper terwijl hij bij verlies toch verplicht blijft de resterende termijnen van de koopprijs te voldoen.@4 Ook huurkoop valt onder de definitie van art. 15 sub 1 EEX-V°/13 sub 1 Verdrag.5 Hoeveel termijnen het Hof van Justitie vereist is niet duidelijk.6 Gelet op het meervoud zijn mijns inziens twee termijnen voldoende.
Daarnaast is de vraag of door de digitalisering van de maatschappij ook niet-lichamelijke zaken, zoals software, onder de omschrijving van koop op afbetaling vallen. Het ligt voor de hand ook deze producten eronder te laten vallen, omdat in het kader van de internationale bevoegdheid onvoldoende redenen bestaan bij de toenemende bescherming van consumenten niet-lichamelijke roerende zaken anders te behandelen dan lichamelijke zaken.7 Onder art. 15 lid 1 EEX-V° wordt dit ondervangen door de uitbreiding van de categorie onder c. Mijns inziens vallen roerende niet-lichamelijke zaken niet onder het toepassingsbereik van art. 13 Verdrag zolang het Verdrag op dit punt niet is gewijzigd, omdat het Verdrag te duidelijk beoogt dat slechts overeenkomsten over roerende lichamelijke zaken onder het begrip 'consumentenovereenkomst' vallen.
Ad (b): leningen op afbetaling of andere krediettransacties ter financiering van de verkoop van onder a genoemde zaken
Deze categorie behoeft geen bespreking naast de eerste soort overeenkomsten. Ook leasing dient daaronder te worden begrepen, indien partijen de jure of de facto de bedoeling hebben de zaak aan het einde van de leaseperiode aan de lessee/koper over te dragen.8 Niet van belang is of de overeenkomst voorziet in een betaling in termijnen. Voldoende is dat de overeenkomst is gericht op de verkoop van roerende lichamelijke zaken. Bovendien dient de verkoper te hebben bemiddeld met medeweten van de kredietgever,9 indien de verkoper en kredietgever niet dezelfde personen zijn. Financiering van diensten valt niet onder deze bepaling. Effecten zijn volgens het Landgericht Darmstadt geen roerende lichamelijke zaken in de zin van deze bepaling.10Naar mijn mening is deze uitspraak niet juist, indien voor de effecten fysieke stukken zijn uitgegeven (bijv. toonderaandelen), omdat de effecten dan roerende lichamelijke zaken zijn.
Ad (c): in alle andere gevallen van dienstverlening of verkoop van zaken
De omschrijving in art. 15 lid 1 sub c EEX-V° wijkt af van art. 5 EVO en art. 13 lid 1 sub c Verdrag. De categorie sub (c) is ruimer geformuleerd ten opzichte van het Verdrag en het EVO met name om ook elektronische en internetovereenkomsten onder het bereik van art. 15 EEX-V° te brengen.11 De wijzigingen ten opzichte van het Verdrag laten zich als volgt samenvatten:
Alle door consumenten gesloten overeenkomsten vallen onder de bepaling, indien de onderneming actief is in de staat waar de consument zijn woonplaats heeft (dus niet alleen overeenkomsten betreffende roerende lichamelijke zaken of diensten). De rechter zal deze voorwaarde moeten toetsen.12 De restcategorie heeft daardoor aan belang gewonnen. Zo vallen thans ook effectentransacties en sommige onroerend goed transacties onder deze categorie.13 Bovendien is het begrip diensten ruim. Voor de interpretatie kan aansluiting worden gezocht bij art. 60 EG.14 Zo is een aannemingsovereenkomst15 alsmede een medische behandelingsovereenkomst een dienst in de zin van art. 15 EEX-V°.
De overeenkomst behoeft niet meer vooraf te worden gegaan door een bijzonder voorstel of publiciteit, hoewel het verschil tussen de passieve en actieve internet-consument ook bestaat onder EEX-V°. De bepalingen van Afdeling 4 zijn slechts van toepassing, indien de overeenkomst:
`is gesloten via een interactieve Internetsite die toegankelijk is in de staat waar de consument zijn woonplaats heeft. Het enkele feit dat de consument kennis heeft genomen van een dienst of van de mogelijkheid om goederen te kopen via een passieve Internetsite die toegankelijk is in de staat waar hij zijn woonplaats heeft, is niet voldoende voor een beroep op de beschermende bepaling. De via een elektronische weg gesloten overeenkomst wordt zo op een lijn gesteld met andere, op afstand gesloten overeenkomsten (via telefoon, fax, enz.) zodat de consument een geschil kan voorleggen aan de volgens art. 16 bevoegde rechter' .16
Op grond van deze toelichting op art. 15 EEX-V° moet worden aangenomen dat Afdeling 4 EEX-V° van toepassing is, indien de consument online heeft gecontracteerd (lees: via een interactieve site).17 Een consument is niet beschermd, indien hij via de internetsite kennis heeft gekregen van de producten of diensten, het initiatief tot het contracteren heeft genomen en op een andere wijze dan online heeft gecontracteerd (bijv. schriftelijk).18 Daarnaast blijft naar mijn mening zoals voorheen - de bescherming bestaan van Afdeling 4 EEX-V°, indien de wederpartij van de consument het initiatief heeft genomen door een bijzonder voorstel of publiciteit.19 Gelet op het vervallen van deze eisen in art. 15 lid 1 sub c EEX-V° verwijs ik voor art. 13 lid 1 sub c Verdrag naar de literatuur20 en rechtspraak21 over de inhoud van de voorwaarden dat (i) voor de overeenkomst een 'bijzonder voorstel' of 'publiciteit' moet hebben plaatsgevonden en (ii) de consument de noodzakelijke handelingen voor sluiting dient te hebben verricht in de staat van zijn woonplaats.22 Anders dan Van der Hof23 lijkt te suggereren, zijn deze voorwaarden onverkort van toepassing, indien het Verdrag van toepassing is.
De noodzakelijke handelingen voor sluiting van de overeenkomst behoeven niet plaats te vinden in het land waar de consument zijn woonplaats heeft.24 Het is voldoende dat de wederpartij van de consument bedrijfs- of beroepsactiviteiten ontplooit in de staat waar de consument woonplaats heeft of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen onder meer richt op deze staat en de overeenkomst valt onder deze activiteiten. Afdeling 4 is hierdoor van toepassing op overeenkomsten die online tot stand zijn gekomen, bijv. via het internet.25 Ook de consument met zijn laptop in een derde land is beschermd tegen een forumkeuze, indien hij een online overeenkomst sluit. Hiermee vervalt een lastig obstakel voor toepassing van de bepalingen inzake consumentenovereenkomsten. Het zal immers vaak moeilijk zijn vast te stellen — en dus te bewijzen — waar de consument de noodzakelijke handelingen voor het sluiten van de overeenkomst heeft verricht. Thans behoeft derhalve geen band meer te bestaan tussen de handelingen die nodig voor de totstandkoming van de overeenkomst en de staat van de woonplaats van de consument. Voldoende is het (mede) richten van activiteiten op het land van de woonplaats van de consument.26) De aard van de middelen doet niet ter zake. Indien de aanbieder zijn zaken of diensten zonder beperkingen via een website aanbiedt in de staat van de woonplaats van de consument, wordt hij geacht mede op dat land zijn aanbod te hebben gericht.27 Indien de aanbieder van producten of diensten wenst dat de internetsite niet is gericht op een bepaalde staat, zal dat duidelijk uit de informatie op de site moeten blijken.28 Voorts zal ook daadwerkelijk geen zaken moeten worden gedaan met consumenten in die staat. Dus: niet alleen aankondigen, maar ook niet doen.29 Van der Hof meent dat de toegang tot de site voor surfers uit die staten moet zijn geblokkeerd opdat de aanbieder heeft voldaan aan zijn plich.30 Dat lijkt mij onvoldoende, omdat met of zonder enige handigheid — ook zonder opzet — deze blokkade niet werkt, bijv. via een webbased adres of een IP adres in een andere staat. De aanbieder zal voor het aangaan van de overeenkomst ook moeten verifiëren waar de consument zijn woonplaats heeft. Daarbij mag de wederpartij van de consument afgaan op de gegevens die zij ontvangt van de consument. De gebruikte taal is in ieder geval niet doorslaggevend: indien een interactieve site heeft geleid tot een overeenkomst zal de consument voor het sluiten van een overeenkomst een procedure moeten hebben doorlopen die hij heeft moeten begrijpen om tot de overeenkomst te komen. Heeft hij dat (ten dele) niet begrepen en toch een overeenkomst (met een forumkeuze) gesloten, dan komt dat risico voor zijn rekening.31