JWB 2012/152
Burgerlijk procesrecht
HR 23-03-2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0638
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
23 maart 2012
- Zaaknummer
10/04122
- LJN
BV0638
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2012:BV0638, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 23‑03‑2012
ECLI:NL:PHR:2012:BV0638, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑01‑2012
- Wetingang
Art. 402 lid 2 Rv; art. 339 lid 2 Rv
Essentie
Burgerlijk procesrecht
Samenvatting
Casus
De cassatiedagvaarding is ruim na het verstrijken van de cassatietermijn ingediend.
Rechtsvraag
Dient verzoekster tot cassatie niet-ontvankelijk te worden verklaard?
Beslissing
De Hoge Raad verklaart verzoekster tot cassatie niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep. Verzoekster diende op grond van artikel 402 lid 2 in verbinding met artikel 339 lid 2 Rv binnen acht weken, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak, cassatie in te stellen. Het bestreden arrest dateert van 18 mei 2010. De cassatiedagvaarding is pas uitgebracht op 17 augustus 2010, en dus is het cassatieberoep te laat ingesteld. Verzoekster zal daarom niet-ontvankelijk worden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.