RFR 2020/1
Huwelijksvermogensrecht. Is de nadien tussen de echtgenoten gesloten ‘potovereenkomst’ geldig?
HR 30-08-2019, ECLI:NL:HR:2019:1292
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
30 augustus 2019
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
18/01099
- Conclusie
A-G mr. M.L.C.C. Lückers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS169275:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1292, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 30‑08‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:498, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 10‑05‑2019
- Wetingang
Art. 1:115, 1:120, 5:99 BW
Essentie
Huwelijksvermogensrecht. Huwelijkse voorwaarden. Periodiek verrekenbeding.
Is de nadien tussen de echtgenoten gesloten ‘potovereenkomst’ geldig? Hoe moet worden omgegaan met investeringen door een echtgenoot in een woning waarvan de andere echtgenoot erfpachter is?
Samenvatting
Partijen zijn in 1996 met elkaar gehuwd en hebben tevoren huwelijkse voorwaarden (HV) gesloten, inhoudende koude uitsluiting met een periodiek verrekenbeding ter zake van overgespaarde inkomsten, zoals in art. 6 HV omschreven. Tevens is in art. 3 HV bepaald dat de echtgenoten, voor zover niet anders bepaald, verplicht zijn aan elkaar te vergoeden hetgeen aan het vermogen van de ene echtgenoot is onttrokken ten bate ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.