NJ 1921, p. 359
Ontslag directeur naaml. vennootschap. Dringende reden.
HR 20-01-1921, ECLI:NL:HR:1921:236
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 januari 1921
- Magistraten
Voorzitter: Mr. S. Gratama. Raden: Mrs. Jhr. R. Feith, Dr. L. E. Visser, J. Kosters en B. Ort.
- Zaaknummer
[20011921/NJ_1921,_p._359]
- Conclusie
Mr. Noyon
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1921:236, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑01‑1921
- Wetingang
(BW art. 1639o, 1639p; WvK art. 44.)
Essentie
Ontslag directeur naaml. vennootschap. Dringende reden.
Samenvatting
Waar de algemeene vergadering van aandeelhouders het eenige orgaan der vennootschap is, dat tot ontslag verleening bevoegd was, kon de vennootschap alleen door dat orgaan, met uitsluiting van alle andere, een beslissing ter zake nemen. Ook alleen dat orgaan zou kunnen doen blijken, dat de tekortkomingen van den directeur niet als dringende redenen tot ontslag zijn te beschouwen.
Nu het ontslag is verleend in de eerste, na het voorvallen der tekortkomingen op wettige wijze bijeengeroepen, algemeene vergadering, die ten deze met kennis van zaken een besluit kon nemen, heeft de Rechtbank, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.