AB 2025/256
Rechtsbijstand. Gesubsidieerde rechtsbijstand voor niet-aangehouden minderjarige verdachten. Rechtstreekse werking Richtlijn (EU) 2016/1919. Kraaijeveld-doctrine.
ABRvS 31-07-2024, ECLI:NL:RVS:2024:3083, m.nt. A.C.M. Lijten & J.E. van den Brink
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
31 juli 2024
- Magistraten
Mrs. W. den Ouden, J.E.M. Polak, J.F. de Groot
- Zaaknummer
202107911/1/A2
- Noot
A.C.M. Lijten & J.E. van den Brink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD25092:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2024:3083, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 31‑07‑2024
- Wetingang
Essentie
Niet-aangehouden minderjarige verdachten mogen niet categoriaal worden uitgesloten van gesubsidieerde rechtsbijstand. Hoewel artikel 4 van Richtlijn (EU) 2016/1919 aan de lidstaten een beoordelingsmarge geeft bij het invullen van hun stelsel van gefinancierde rechtsbijstand, werkt deze bepaling rechtstreeks. Deze bepaling is niet voldoende omgezet in nationaal recht, omdat Nederland de grenzen van de in artikel 4, eerste lid, van de richtlijn neergelegde beoordelingsruimte heeft overschreden. Artikelen 23 en 23a BVRB 2000 worden vanwege strijd met het Unierecht buiten toepassing gelaten.
Samenvatting
Dat uit de bewoordingen van het eerste lid van artikel 4 van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.