NJFS 2019/279
Tot 1 juli 2011 geen voordeelsontneming uit witwassen mogelijk op grond van art. 36e (oud) Sr indien niet blijkt van een gronddelict.
Hof Amsterdam 22-03-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:967
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
22 maart 2019
- Magistraten
Mrs. A.P.M. van Rijn, P.C. Römer, R.P. den Otter
- Zaaknummer
23-003055-15
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2019:967, Uitspraak, Hof Amsterdam, 22‑03‑2019
- Wetingang
Art. 36e Sr
Essentie
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel. Het te ontnemen voordeel moet bij witwassen zijn verkregen door middel van of uit de baten van het gronddelict dat aan het witwassen is voorafgegaan. Art. 36e lid 2 (oud) Sr stelt daarbij de eis dat het een feit betreft waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. In deze zaak, waarin geen strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld, blijkt niet welk gronddelict aan het witwassen ten grondslag ligt. Voor zover sprake is van onverklaarbare uitgaven ná 1 juli 2011 kan wel ontneming volgen, omdat vanaf dat moment de nieuwe wetsversie van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.