De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.4.1:4.4.1 Relevantie van de aanspraak tegen de verzekeraar
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.4.1
4.4.1 Relevantie van de aanspraak tegen de verzekeraar
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS393601:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bezien vanuit de positie van de Nederlandse benadeelde is de aanspraak tegen de verzekeraar in de context van een internationaal ongeval in het gemotoriseerde verkeer vooral van belang in gevallen die onder art 20 e.v. van de Richtlijn vallen: gevallen waarin de benadeelde bij een bezoek aan een andere lidstaat (of onder omstandigheden aan een ander bij het groenekaartstelsel aangesloten land) slachtoffer van een ongeval is geworden.
Bij een '4e-Richtlijnongeval' waarbij de aansprakelijke verzekerd is en de verzekeraar een schaderegelaar heeft aangesteld, zal de benadeelde immers de verzekeraar pas dan (in rechte) moeten aanspreken als schaderegeling in der minne onmogelijk blijkt.
Bij een ongeval in eigen land dat is veroorzaakt door een bezoekend motorrijtuig is de mogelijkheid om de verzekeraar aan te spreken in de praktijk van veel minder belang. Dan zal de benadeelde immers doorgaans een aanspraak hebben tegen het groenekaartbureau van het land van het ongeval, dan wel, als de bezoekende aansprakelijke ten onrechte niet in het bezit was van een geldige groene kaart, tegen het waarborgfonds van het land van het ongeval.
Een uitzondering op deze regel dat het aanspreken van het Bureau eenvoudiger is dan het aanspreken van de verzekeraar, is het geval waarin het ongeval plaatsvindt in een ander land - lidstaat of niet - dan het land van de woonplaats van de benadeelde en het aansprakelijke voertuig gewoonlijk is gestald en/of verzekerd in de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde. Uit praktische overwegingen zal de benadeelde dan veelal kiezen voor het aanspreken van de verzekeraar en niet van het groenekaartbureau.
Een derde situatie waarin de Nederlandse benadeelde belang heeft bij het aanspreken van de verzekeraar is het ongeval in een niet-lidstaat waarbij aan de voorwaarden voor toepasselijkheid van art. 20 e.v. van de Richtlijn niet is voldaan. Daarbij kan worden gedacht aan ongevallen, veroorzaakt door niet gewoonlijk in een lidstaat gestalde motorrijtuigen of aan ongevallen in niet tot het groenekaartstelsel behorende landen.