NJFS 2020/17
Voor voorwaardelijke invrijheidstelling is geen afzonderlijk besluit nodig.
Hof Amsterdam 01-03-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1482
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
1 maart 2019
- Magistraten
Mrs. S. Clement, R.P. den Otter, J. Piena
- Zaaknummer
23-001219-18
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2019:1482, Uitspraak, Hof Amsterdam, 01‑03‑2019
- Wetingang
Essentie
Voorwaardelijke invrijheidstelling. De voorwaardelijke invrijheidstelling geschiedt onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een nieuw strafbaar feit. De proeftijd gaat in op de dag van de voorwaardelijke invrijheidstelling en is gelijk aan de periode waarover voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend. Een afzonderlijk besluit, laat staan betekening daarvan is volgens de wet niet vereist.
Partij(en)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 29 maart 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-860270-17 en V.I zaaknummer 99-000523-37 tegen [verdachte]. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.