Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VII.C.4.4.1:VII.C.4.4.1 HR 7 oktober 2005, BNB 2005/375
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VII.C.4.4.1
VII.C.4.4.1 HR 7 oktober 2005, BNB 2005/375
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS404947:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het eerste geval. Een executeur (die tevens bestuurder van de rechtspersoon/ erfgenaam was) deed qualitate qua, en dus niet in de hoedanigheid van bestuurder van een rechtspersoon of een door de rechtspersoon aangestelde vertegenwoordiger, op grond van art. 72 SW 1956 aangifte voor het recht van successie. In de aangifte was woonplaats gekozen op zijn huisadres, art. 43 SW 1956. Een bijzonderheid in het feitencomplex is dat de executeur, zoals aangestipt, een dubbelrol vervulde. Naast executeur was hij ten tijde van het doen van de aangifte tevens voorzitter van het bestuur van de rechtspersoon/ erfgenaam. Ten tijde van het verzenden van het aanslagbiljet bekleedde hij deze bestuursfunctie echter niet meer. De voorzitter werd ontheven van zijn functie wegens disfunctioneren, hetgeen reeds zes dagen later, door de rechtspersoon, werd doorgegeven aan de belastingdienst. Drie weken later wordt de aanslag opgelegd en verzonden naar de executeur. Had een en ander elkaar gekruist? De executeur geeft niets door aan de erfgenaam en pas maanden later verneemt de erfgenaam van de betreffende aanslag. De ter mijn om bezwaar te maken was reeds verstreken en het betreffende hof verklaarde het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar ongegrond. De executeur had nu eenmaal zijn standpunt bepaald (en besloten geen bezwaar aan te tekenen). Dat de erfgenaam (na de bestuurswisseling) een ander standpunt heeft ingenomen, is geen reden om verschoonbaarheid van termijnoverschrijding aan te nemen als bedoeld in art. 6:11 Awb, aldus het hof.
De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het hof omdat het oordeel gelet op de omstandigheden onvoldoende gemotiveerd was. Op welke grond de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, wordt door het hof niet inzichtelijk gemaakt. Het belang van de door de Hoge Raad in deze geformuleerde rechtsregel maakt dat ik hem in zijn geheel overneem:
'Mocht in die redengeving besloten liggen het oordeel dat de overschrijding van de bezwaartermijn niet verschoonbaar is (mede) vanwege de wetenschap van E in zijn hoedanigheid van executeur-testamentair dat de aanslag op [...] was opgelegd dan wel vanwege zijn keuze om daartegen geen bezwaar te maken, dan geeft dat oordeel blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Nu de executeur-testamentair niet een door belanghebbende aangestelde vertegenwoordiger is, mag voor de toepassing van artikel 6:11 Awb diens zojuist bedoelde wetenschap dan wel keuze niet worden toegerekend aan belanghebbende, die als erfgenaam bevoegd was om zelfstandig bezwaar te maken tegen de aanslag.' (Curs. BS)
Met deze huiswerkopdracht verwijst de Hoge Raad de zaak naar een ander hof.
Wat leid ik uit de bewoordingen van ons hoogste rechtscollege af?
De betreffende rechtsregel lijkt toegespitst te worden op de verschoonbaarheidskwestie in de Awb ('voor de toepassing van ...'). Het is niet uitgesloten dat voor andere fiscale vraagstukken de wetenschap van de executeur wel degelijk aan de belastingplichtige zou kunnen worden toegerekend. Vergelijk vermeldart. 76 SW1956.
De executeur dient niet gezien te worden als een ('vrijwillig' aangestelde) vertegenwoordiger door de erfgenamen, maar, vul ik aan: als een door erflater benoemde vertegenwoordiger die zijn bevoegdheden ook tegen de wil van de erfgenamen kan gebruiken.
Een interessant arrest, waarbij ik niet uitsluit dat de Hoge Raad zich heeft laten leiden door het in art. 3:77 BW neergelegde beginsel dat de executeur een door erflater aangestelde vertegenwoordiger is.
De bevoegdheid om bezwaar te maken is geen privatieve,geen exclusieve, bevoegdheid van de executeur die binnen zijn beheerstaken past, maar is een zelfstandige bevoegdheid van de erfgenamen die door de aanwezigheid van een executeur niet beperkt wordt. Dat wil mijns inziens niet zeggen dat in een concrete situatie de executeur niet bevoegd zou zijn om tijdig bezwaar of beroep aan te tekenen. Het is slechts geen exclusieve bevoegdheid van de executeur. De privatieve werking van de executele kan in het belastingrecht doorbroken worden. Met de door de Hoge Raad gekozen formulering 'zelfstandig bevoegd lijkt de stap naar wat de Duitsers noemen de 'hoogstpersoonlijke' rechten van de erfgenamen gezet.
Ik teken hierbij nogmaals aan dat ondanks het doorbreken van de privatieve werking van executele door de Hoge Raad, de executeur nog steeds de status van vertegenwoordiger heeft. Waarom is dit van belang? Omdat indien de erfgenamen de executeur als vertegenwoordiger 'laten begaan', de belastingdienst in beginsel ervan uit mag gaan dat de erfgenamen stilzwijgend in de gebondenheid berusten. De erfgenamen zullen zelf 'in actie' moeten komen willen zij van hun 'fiscale persoonlijkheidsrechten' gebruik maken. Dit blijkt mijns inziens uit het navolgende arrest.