JAR 2017/93
ABN AMRO handelde niet onrechtmatig door geen integriteitsverklaring af te geven over ex-werknemer.
HR 10-03-2017, ECLI:NL:HR:2017:410
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
10 maart 2017
- Magistraten
Mrs. F.B. Bakels, A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, M.V. Polak, C.E. du Perron
- Zaaknummer
16/01087
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:410, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 10‑03‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:131, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑01‑2017
- Wetingang
Art. 7:611, 6:162 BW
Essentie
Gepubliceerd in: RvdW 2017/347 op 30 maart 2017.
Het draait om een zaak waarin ABN AMRO een beëindigingsovereenkomst had gesloten met een werknemer. Die overeenkomst bevatte een geheimhoudingsclausule, behalve voor wat betreft verplichtingen op grond van de Integriteitscode van de Nederlandse Vereniging van Banken. Per brief van 28 juli 2005 heeft ABN AMRO de opvolgend werkgever laten weten dat en waarom zij geen integriteitsverklaring af zou geven. De werknemer is van mening dat ABN AMRO daarmee onrechtmatig had gehandeld, want in strijd met de geheimhoudingsclausule. Kantonrechter en Hof achtten ABN AMRO aansprakelijk, omdat de verwijten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.