NJ 1913, p. 471
HR, 07-02-1913
HR 07-02-1913, ECLI:NL:HR:1913:32
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 februari 1913
- Magistraten
Voorzitter: Jhr. Mr. S. Laman Trip. Raadsheeren: Mrs. E. W. Guljé, S. Gratama, B. C. J. Loder en A. P. L. Nelissen.
- Zaaknummer
[07021913./NJ_1913,_p._471]
- Conclusie
Mr. T. J. Noyon
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1913:32, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑02‑1913
- Wetingang
(BW art. 1733-1766, 1745; WvK art. 256 lid 3, 287-298.)
Samenvatting
Ten aanzien van de in bewaring ge-gegeven zaak heeft de bewaarnemer als verzekerde een tegen brand verzekerbaar belang; dat belang bestaat in de mogelijkheid van schade, indien de bewaarnemer tegenover den bewaargever niet kan bewijzen, dat hem ten aanzien van het verloren gaan door brand van het in bewaring gegeven goed in geen enkel opzicht schuld is te wijten. De aansprakelijkheid van den bewaarnemer als verzekerde tegenover den verzekeraar reikt niet zoover (art. 294 K,J;
Begrip „onvermijdelijk toeval" in art. 1745 B. W.; art. 256, 3º K. vordert wel in de polis een duidelijke omschrijving van het voorwerp, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.