Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen
Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/7.6:7.6 Afsluiting
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/7.6
7.6 Afsluiting
Documentgegevens:
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS457780:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk is uitgebreid ingegaan op het vervreemdingsbegrip dat aan art. 20a, eerste lid, onderdeel a, en zesde lid, Wet IB ten grondslag ligt. Met een beroep op de wetsgeschiedenis is geconcludeerd dat het vervreemdingsbegrip in de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling geen noemenswaardige wijzigingen heeft ondergaan. Uit de onder de oude aanmerkelijkbelangregeling gewezenjurisprudentie van de Hoge Raad is afgeleid dat de Hoge Raad een subjectief vervreemdingsbegrip voorstaat, welk vervreemdingsbegrip naadloos past in de nieuwe meer subjectieve aamerkelijkbelangregeling. Verrassend is dan ook te moeten constateren dat de staatssecretaris van Financiën en de Belastingdienst kennelijk een meer objectief vervreemdingsbegrip voorstaan. Het verschil in opvatting komt met name tot uitdrukking indien aandelen door een enig aandeelhouder of door alle aandeelhouders overeenkomstig hun aandelenbezit worden omgezet in andere aandelen. In de visie van de Hoge Raad is dan geen sprake van een vervreemding voor de aanmerkelijkbelangregeling, in de visie van de staatssecretaris van Financiën en de Belastingdienst wel. In het volgende hoofdstuk wordt nader ingegaan op de omvang van de vervreemdingsvoordelen, zoals dat door art. 20c Wet IB wordt bepaald.