NJB 2022/474
Art. 5:35, lid 2, Awb, dat betrekking heeft op de verjaringstermijn van een rechtsvordering tot betaling van een verbeurde dwangsom, is per 1 april 2021 met onmiddellijke ingang in werking getreden als onderdeel van de Evaluatiewet bestuursrechtelijke geldschuldenregeling Awb. Het overgangsrecht in art. II van die wet ziet niet op een rechtsvordering tot betaling van een verbeurde dwangsom, maar alleen op het recht dat van toepassing is op een beschikking tot invordering.
ABRvS 02-02-2022, ECLI:NL:RVS:2022:322
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
2 februari 2022
- Magistraten
Mrs. Van Altena, Pans en Van Ravels
- Zaaknummer
202002245/1/R3
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2022:322, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 02‑02‑2022
- Wetingang
(art. 4:105, 4:106, 5:35 Awb)
Essentie
Art. 5:35, lid 2, Awb, dat betrekking heeft op de verjaringstermijn van een rechtsvordering tot betaling van een verbeurde dwangsom, is per 1 april 2021 met onmiddellijke ingang in werking getreden als onderdeel van de Evaluatiewet bestuursrechtelijke geldschuldenregeling Awb. Het overgangsrecht in art. II van die wet ziet niet op een rechtsvordering tot betaling van een verbeurde dwangsom, maar alleen op het recht dat van toepassing is op een beschikking tot invordering.
Partij(en)
Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant A] en [appellant B], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.