NJ 1958, 78
HR, 10-01-1958: Tekinalp-Bakan
HR 10-01-1958, ECLI:NL:PHR:1958:AG2024, m.nt. L.E.H. Rutten (Tekinalp-Bakan)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 januari 1958
- Magistraten
Donner, Smits, Boltjes, Hülsmann, Petit, s’ Jacob
- Zaaknummer
[1958-01-10/NJ_49970]
- Conclusie
s'Jacob
- Noot
L.E.H. Rutten
- LJN
AG2024
- Roepnaam
Tekinalp-Bakan
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS159540:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1958:AG2024, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑01‑1958
ECLI:NL:PHR:1958:AG2024, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑01‑1958
- Wetingang
Rv (oud) art. 292; Rv (oud) art. 764; Rv (oud) art. 767
Essentie
Opheffing vreemdelingenbeslag. Betekenis van ‘geen nadeel toebrengen aan de zaak ten principale’ in art. 292 Rv.
Samenvatting
De omstandigheid dat in een geval als het onderhavige — waarin beide partijen vreemdelingen zijn en geen bekende woonplaats binnen het rijk hebben en waarin de bevoegdheid van een Nederlandsen rechter om over het tussen partijen bestaande geschil te oordelen uitsluitend berust op het voorschrift van art. 767 Rv. volgens hetwelk het in art. 764 bedoelde beslag competentie schept — door de opheffing van het beslag in kort geding als te dezen geschied de bevoegdheid van de rechtbank om met de vordering tot van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.