NJ 1960, 230
HR, 11-12-1959: Eelman/Hin
HR 11-12-1959, ECLI:NL:HR:1959:AG2042, m.nt. L.E.H. Rutten (Eelman/Hin)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 december 1959
- Magistraten
Donner, De Jong, Wiarda, Hülsmann, Petit
- Zaaknummer
[1959-12-11/NJ_49989]
- Conclusie
A-G Langemeijer
- Noot
L.E.H. Rutten
- LJN
AG2042
- Roepnaam
Eelman/Hin
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS159573:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1959:AG2042, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑12‑1959
ECLI:NL:PHR:1959:AG2042, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑10‑1959
- Wetingang
BW art. 501; BW art. 502; BW art. 1356
Essentie
Aantasting van door krankzinnige aangegane overeenkomst op grond van het ontbreken van ‘toestemming’. Opgewekt vertrouwen.
Samenvatting
Aan den regel van art. 502 betreffende de aantastbaarheid van iemands rechtshandelingen na zijn dood moet de veronderstelling ten grondslag liggen, dat, afgezien van het al dan niet verleend of verzocht zijn van curatele, tijdens het leven van den geestelijk gestoorde de mogelijkheden tot aantasting van diens rechtshandelingen ruimer zijn. Daarbij is blijkbaar gedacht aan aantasting op grond van het ontbreken van ‘toestemming’.
Terwijl over een beroep op onbekwaamheid de vraag of de wederpartij van de onbekwame diens onbekwaamheid heeft gekend of heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.