NJ 1965, 173
HR, 05-02-1965
HR 05-02-1965, ECLI:NL:HR:1965:AB3791
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 februari 1965
- Magistraten
De Jong, Wiarda, Houwing, Hulsmann, Beekhuis
- Zaaknummer
[1965-02-05/NJ_50185]
- LJN
AB3791
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1965:AB3791, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑02‑1965
ECLI:NL:PHR:1965:AB3791, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑02‑1965
- Wetingang
Rv (oud) art. 426b; Rv (oud) art. 828a; Rv (oud) art. 828b; Rv (oud) art. 828c; Rv (oud) art. 828d; Rv (oud) art. 828e; Rv (oud) art. 828f; Rv (oud) art. 828g; Rv (oud) art. 828h; Rv (oud) art. 828i
Essentie
Cassatierequest, waarin adres van de wederpartij onjuist is vermeld. Cassatieberoep ontvankelijk?
Vermeerdering van eis in alimentatieprocedure toelaatbaar?
Samenvatting
De wet schrijft niet voor, dat een verzoekschrift tot cassatie (i.c. in een alimentatiezaak) het adres zal behelzen van degenen aan wie de griffier krachtens art. 426b, tweede lid, Rv. een afschrift van het verzoekschrift moet toezenden. De griffier stelt zelfstandig aan de hand van het dossier vast aan welk adres de voorgeschreven toezending dient te geschieden. Het opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid, gegrond op onjuiste vermelding van bedoeld adres in het cassatierequest, moet derhalve worden verworpen.
Nu voor de requestprocedure ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.