NJ 1965, 342
HR, 06-05-1965
HR 06-05-1965, ECLI:NL:HR:1965:AB3930
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
6 mei 1965
- Magistraten
De Jong, Wiarda, Houwing, Petit, Beekhuis
- Zaaknummer
[1965-05-06/NJ_50354]
- LJN
AB3930
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1965:AB3930, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 06‑05‑1965
- Wetingang
Wet BPF art. 18 lid 10
Essentie
Kosten van vervolging waartoe het bij art. 18 Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds toegekende recht tot invordering bij dwangbevel zich uitstrekt.
Samenvatting
Onder de ‘kosten van vervolging’, vermeld in art. 18, 10e lid, Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds, zijn begrepen de aan het fonds verschuldigde invorderingskosten.
Uitspraak
VOORDRACHT EN VORDERING TOT CASSATIE IN HET BELANG DER WET.
(Adv.-Gen. Mr. van Oosten)
Aan de Hoge Raad der Nederlanden
Kamer van Burgerlijke Zaken.
In het belang der wet heb ik ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.