NJ 1965, 385
HR, 25-06-1965
HR 25-06-1965, ECLI:NL:HR:1965:AC4586
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
25 juni 1965
- Magistraten
De Jong, Houwing, Hulsmann, Petit, Beekhuis
- Zaaknummer
[1965-06-25/NJ_50397]
- LJN
AC4586
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1965:AC4586, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 25‑06‑1965
- Wetingang
BW art. 1902; BW art. 280; BW art. 301; BW art. 470
Essentie
Beschikking op het verzoekschrift van Dr. E.A.H.S. te A., verzoeker tot cassatie van een beschikking van het Hof te Amsterdam van 2 maart 1965, houdende bekrachtiging van een door de Rb. te Haarlem op 17 nov. 1964 genomen beschikking tot afwijzing van een door Dr. S. gedaan verzoek tot wijziging van een door de rechter vastgestelde uitkering als bedoeld in art. 471 BW. Factor die bij het toeleggen van een uitkering op grond van art. 280 juncto art. 301 BW in aanmerking mag worden genomen.
Samenvatting
De bewijsmaatregel van art. 1902 BW geldt in het algemeen niet voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.