NJ 1968, 327
HR, 19-04-1968
HR 19-04-1968, ECLI:NL:PHR:1968:AB5280
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
19 april 1968
- Magistraten
Hulsmann, Dubbink, Beekhuis, Ras, Minkenhof
- Zaaknummer
[1968-04-19/NJ_51779]
- LJN
AB5280
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Verzekeringsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1968:AB5280, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 19‑04‑1968
ECLI:NL:PHR:1968:AB5280, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑04‑1968
- Wetingang
WAM art. 3 lid 1
Essentie
Uitlegging van de uitzondering in art. 3, lid 1, der Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.
Samenvatting
Art. 3, lid 1, der Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, bepalende dat de verzekering de burgerrechtelijke aansprakelijkheid moet dekken van de eigenaar, van iedere houder en van iedere bestuurder van het verzekerde motorrijtuig, alsmede van degenen die daarmede worden vervoerd, zondert uit, onder meer, de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van hen die zich door diefstal de macht over het verzekerde motorrijtuig hebben verschaft. Deze uitzondering is restrictief uit te leggen, zodat art. 3, lid 1, niet uitzondert de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de ‘joy-rider’, die zich niet door diefstal in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.