NJ 1968, 311
HR, 24-05-1968
HR 24-05-1968, ECLI:NL:PHR:1968:AC4862
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
24 mei 1968
- Magistraten
De Jong, Hulsmann, Dubbink, Beekhuis, Minkenhof
- Zaaknummer
[1968-05-24/NJ_51763]
- LJN
AC4862
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1968:AC4862, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 24‑05‑1968
ECLI:NL:PHR:1968:AC4862, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑05‑1968
- Wetingang
BW art. 159 lid 2; BW art. 468; Rv (oud) art. 828a
Essentie
Ontvankelijkheid van verzoek van de moeder tot bepaling van een bedrag, door de vader verschuldigd als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van der pp. minderjarige kinderen.
Niet-ontvankelijkheid van subsidiair door de moeder gedaan verzoek tot veroordeling van de vader om, ingevolge de krachtens art. 159, lid 2, BW op dezen rustende verplichting om in het levensonderhoud van der pp. kinderen bij te dragen, een bepaalde som gelds per maand per kind aan de RvdK te betalen.
Samenvatting
Verzoeker tot cassatie, X, heeft zonder redelijke grond de samenwoning met Y, zijn echtgenote, verbroken. Bij besch. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.