NJ 1969, 384
HR, 13-06-1969: Warnderink Vinke
HR 13-06-1969, ECLI:NL:PHR:1969:AB4665, m.nt. G.J. Scholten (Warnderink Vinke)
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
13 juni 1969
- Magistraten
Wiarda, Dubbink, Peters, Ras, Minkenhof
- Zaaknummer
[1969-06-13/NJ_52282]
- Noot
G.J. Scholten
- LJN
AB4665
- Roepnaam
Warnderink Vinke
- JCDI
JCDI:ADS159855:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Ondernemingsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1969:AB4665, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 13‑06‑1969
ECLI:NL:PHR:1969:AB4665, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 13‑06‑1969
- Wetingang
K art. 16; K art. 17; K art. 18; K art. 19; K art. 20; K art. 21; K art. 22; K art. 23; K art. 24; K art. 25; K art. 26; K art. 27; K art. 28; K art. 29; K art. 30; K art. 31; K art. 32; K art. 33; K art. 34; K art. 35
Essentie
Opzegging aan een vennoot van een vennootschap onder firma door een der overige vennoten.
Samenvatting
Het Hof heeft geoordeeld dat, ook al zou het firmacontract de mogelijkheid bieden om een lid van de vennootschap, indien dit lid daartoe redenen geeft, met dadelijke ingang uit de firma te verwijderen, zulk een verwijdering, ongeacht wat het vennootschapscontract daaromtrent verder mocht bepalen, slechts zou kunnen plaats vinden door de overige vennoten gezamenlijk, tenzij zeer bijzondere omstandigheden aan een zodanig gezamenlijk optreden in de weg staan. Aldus oordelend is het Hof kennelijk uitgegaan van het bestaan van een regel van dwingend recht, inhoudende ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.