JOL 1999, 17
1:251 lid 1 BW: gezamenlijk ouderlijk gezag; belang van het kind; overgangsrecht / waardering van ten processe gebleken feiten
HR 10-09-1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2963
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 september 1999
- Magistraten
Roelvink, Neleman, Herrmann, Fleers, De Savornin Lohman
- Zaaknummer
R98/134HR
- Conclusie
A-G Moltmaker
- LJN
ZC2963
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:ZC2963, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑09‑1999
Essentie
Art. 1:251 lid 1 BW: gezamenlijk ouderlijk gezag; belang van het kind; overgangsrecht. Waardering van ten processe gebleken feiten.
Partij(en)
X., te Z., verzoeker tot cassatie, adv. mr. J. van Duijvendijk-Brand,
tegen
Y., te W., verweerster in cassatie, adv. mr. C. Vidor.
Uitspraak
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 7 mei 1997 ter griffie van de Rechtbank te 's‑Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie — verder te noemen: de vrouw — zich gewend tot die Rechtbank en verzocht:
- —
echtscheiding subsidiair scheiding van tafel en bed uit te spreken tussen haar en verzoeker tot cassatie, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.