JOL 2000, 206
Terugvordering bijstand. Terugvorderingsbesluit; geldigheid; overgangsrecht.
HR 07-04-2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA9440
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 april 2000
- Magistraten
Roelvink, Herrmann, Van der Putt-Lauwers, Fleers, Hammerstein
- Zaaknummer
R99/104HR
- Conclusie
A-G Hartkamp
- LJN
AA9440
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2000:AA9440, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑04‑2000
ECLI:NL:HR:2000:AA9440, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑04‑2000
Essentie
Terugvordering bijstand. Terugvorderingsbesluit; geldigheid; overgangsrecht.
Het na 1 januari 1996 genomen besluit tot terugvordering van bijstand moet in dit vóór 1 juli 1997 bij de civiele rechter aanhangig gemaakte geding worden beoordeeld naar de maatstaf van art. 61 (oud) ABW en niet naar de maatstaf van het sinds 1 januari 1996 geldende art. 86 Abw, nu deze laatste bepaling deel uitmaakt van de bestuursrechtelijke terugvorderingsprocedure en de vereisten van deze bepaling niet gelden zolang de terugvorderingsprocedure is ondergebracht bij de civiele rechter. Art. 61 (oud) ABW vereist slechts dat B en W een besluit tot terugvordering hebben genomen; ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.