JOL 2000, 326
Scheidingsprocesrecht; overgangsrecht; art. 824 en 931 (oud) Rv.
HR 09-06-2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6163
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 juni 2000
- Magistraten
F.H.J. Mijnssen, P. Neleman, R. Herrmann, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein
- Zaaknummer
R99/183HR
- Conclusie
A-G Mr. Wesseling-van Gent
- LJN
AA6163
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2000:AA6163, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑06‑2000
ECLI:NL:PHR:2000:AA6163, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑06‑2000
Essentie
Scheidingsprocesrecht; overgangsrecht; art. 824 en 931 (oud) Rv.
In deze vóór 1 januari 1993 geëntameerde procedure (waarop het vóór 1 juli 1993 geldende recht van toepassing is gebleven) stond voor de man die niet bij procureur was verschenen ingevolge art. 931 (oud) Rv. tegen de onderhavige beschikking die beslissingen bevat als bedoeld in art. 824 (oud) Rv. (vaststelling voogdij en kinderalimentatie) hoger beroep open uiterlijk twee maanden nadat de beschikking hem was betekend.
Partij(en)
[De man], te [woonplaats A], verzoeker tot cassatie, adv. mr.M.H. van der Woude,
tegen
- 1.
[De vrouw],
- 2.
[Kind 1],
beiden te [woonplaats B], verweerders in cassatie, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.