JOL 2000, 440
Eigendom kerktorens; art. Ⅵ add. Staatsregeling 1798; art. ⅩⅢ Staatsregeling 1801. Ondubbelzinnig bezit; essentiële stelling. Vermoeden bezit; tegenbewijs.
HR 22-09-2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7199
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 september 2000
- Magistraten
H.L.J. Roelvink, P. Neleman, R. Herrmann, J.B. Fleers, P.C. Kop
- Zaaknummer
C98/309HR
- Conclusie
A-G Mr. Bakels
- LJN
AA7199
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2000:AA7199, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑09‑2000
ECLI:NL:PHR:2000:AA7199, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑09‑2000
Essentie
Eigendom kerktorens; art. Ⅵ add. Staatsregeling 1798; art. ⅩⅢ Staatsregeling 1801. Ondubbelzinnig bezit; essentiële stelling. Vermoeden bezit; tegenbewijs.
Art. Ⅵ add. Staatsregeling 1798 houdt in dat de burgerlijke gemeenten door enkele wetsduiding eigenaar van de daarbedoelde kerktorens zijn (geworden); sedertdien zijn de burgerlijke gemeenten, behoudens verkrijgende verjaring door of overdracht aan een derde, eigenaar van de kerktorens gebleven gelet op het bepaalde in art. 1 van de Overgangswet van 16 mei 1829, juncto art. 69 en 150 Overgangswet NBW. Tegen achtergrond stellingname hervormde gemeenten is onvoldoende gemotiveerd 's Hofs oordeel dat de hervormde gemeenten als ondubbelzinnige bezitters van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.