JOL 2001, 108
Huur bedrijfsruimte. Tekortkoming; bevoegdheid tot ontbinding.
HR 09-02-2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9965
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 februari 2001
- Magistraten
P. Neleman, R. Herrmann, A.E.M. van der Putt-Lauwers, O. de Savornin Lohman, P.C. Kop
- Zaaknummer
C98/356HR
- Conclusie
A-G Hartkamp
- LJN
AA9965
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Onbekend (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2001:AA9965, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑02‑2001
ECLI:NL:HR:2001:AA9965, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑02‑2001
Essentie
Huur bedrijfsruimte. Tekortkoming; bevoegdheid tot ontbinding.
De rechter die zich in het kader van de toepassing van art. 6:265 lid 1 BW gesteld ziet voor de vraag of de tekortkoming gezien de bijzondere aard van deze tekortkoming of de geringe betekenis ervan, de ontbinding met haar gevolgen rechtvaardigt, zal rekening moeten houden met alle omstandigheden van het geval, waaronder eventueel ook omstandigheden die na de gestelde tekortkoming hebben plaatsgevonden. Hij zal daarbij mede in zijn beoordeling moeten betrekken de aard en de betekenis van het beding in de naleving waarvan de partij tegen wie de ontbinding is gericht was ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.