JOL 2001, 202
Merkenzaak. Rechterlijke beslissing tot doorhaling inschrijving; werking tegen een ieder; gezag van gewijsde; zelfstandig onderzoek BMB bij nieuw depot.
HR 30-03-2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0814
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 maart 2001
- Magistraten
F.H.J. Mijnssen, R. Herrmann, H.A.M. Aaftink, A. Hammerstein, E.J. Numann
- Zaaknummer
9099
R97/164HR
- Conclusie
A-G Bakels
- LJN
AB0814
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Intellectuele-eigendomsrecht / Modellen- en merkenrecht
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2001:AB0814, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑03‑2001
ECLI:NL:PHR:2001:AB0814, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑03‑2001
Essentie
Merkenzaak. Rechterlijke beslissing tot doorhaling inschrijving; werking tegen een ieder; gezag van gewijsde; zelfstandig onderzoek BMB bij nieuw depot.
De rechter die oordeelt dat depot van merk nietig is, spreekt ambtshalve de doorhaling van de inschrijving uit; in zoverre heeft de rechterlijke uitspraak werking tegenover een ieder. In een ander geding waarin niet dezelfde partijen tegenover elkaar staan, kunnen evenwel de gronden waarop de uitspraak berust niet voor juist worden gehouden op de enkele grond dat zij deel uitmaken van de eerdere, in kracht van gewijsde gegane, uitspraak. Het BMB zal derhalve zelfstandig moeten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.