JOL 2002, 88
Essentiële stelling; ter zake dienend bewijsaanbod.
HR 08-02-2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6096
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 februari 2002
- Magistraten
P. Neleman, A.E.M. van der Putt-Lauwers, J.B. Fleers, A.G. Pos, P.C. Kop
- Zaaknummer
C00/147HR
- Conclusie
A-G De Vries Lentsch-Kostense
- LJN
AD6096
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Overdracht en overname strafvervolging
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
Insolventierecht / Faillissement
Burgerlijk procesrecht (V)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Insolventierecht / Surseance van betaling
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2002:AD6096, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑02‑2002
ECLI:NL:HR:2002:AD6096, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑02‑2002
Essentie
Essentiële stelling; ter zake dienend bewijsaanbod.
Hof heeft, in cassatie niet bestreden, vooropgesteld dat op de verkopers de plicht rustte de koper te informeren over de aan hen bekende gebreken. In dat licht bezien is het Hof met het voorbijgaan aan het betoog van de koper dat aan de verkopers was verteld dat het huis de litigieuze gebreken vertoonde, voorbijgegaan aan een essentiële stelling. Het middel klaagt daarover terecht evenals over het passeren van het ter zake van die stelling gedane bewijsaanbod.
Samenvatting
Partij(en)
[Eiseres], te [woonplaats], eiseres tot cassatie, adv. aanvankelijk mr. F.J. de Vries, thans mr. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.