JOL 2002, 382
Antilliaanse zaak. Schuldbekentenis: bewijskracht. Vaststellingsovereenkomst: dwaling.
HR 28-06-2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2186
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 juni 2002
- Magistraten
A.E.M. van der Putt-Lauwers, H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst, P.C. Kop
- Zaaknummer
R01/045HR
- Conclusie
A-G Spier
- LJN
AE2186
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Onbekend (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2002:AE2186, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 28‑06‑2002
ECLI:NL:HR:2002:AE2186, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑06‑2002
Essentie
Antilliaanse zaak. Schuldbekentenis: bewijskracht. Vaststellingsovereenkomst: dwaling.
Met toepassing van art. 81 RO verworpen cassatieklachten tegen de oordelen van het Gemeenschappelijk Hof dat de bewijskracht van de schuldbekentenis, die een bewijsstuk is en geen verbintenis schept, is ontkracht aangezien het in de schuldbekentenis genoemde bedrag waarmee de man beoogde aan te geven hetgeen hij meende aan de vrouw schuldig te zijn uit hoofde van de afwikkeling van hun samenleving, niet overeenstemt met hetgeen daadwerkelijk verschuldigd was en voorts dat in de stellingen van partijen ligt besloten dat de afspraak tussen partijen dat de man aan de vrouw het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.