JOL 2002, 505
Pensioen- en spaarfondsenwet: geding tussen deelnemersraad en fonds. Voor beroep bij Ondernemingskamer vatbaar besluit. Wettelijke bevoegdheid Ondernemingskamer: kennelijk onredelijk besluit; aanwijzing Pensioen- & Verzekeringskamer.
HR 04-10-2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8320
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 oktober 2002
- Magistraten
G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, J.B. Fleers, A.G. Pos, D.H. Beukenhorst, A. Hammerstein
- Zaaknummer
OK98
- Conclusie
A-G Langemeijer
- LJN
AE8320
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Verzekeringsrecht / Pensioenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2002:AE8320, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑10‑2002
ECLI:NL:PHR:2002:AE8320, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑10‑2002
Essentie
Pensioen- en spaarfondsenwet: geding tussen deelnemersraad en fonds. Voor beroep bij Ondernemingskamer vatbaar besluit. Wettelijke bevoegdheid Ondernemingskamer: kennelijk onredelijk besluit; aanwijzing Pensioen- & Verzekeringskamer.
Ook de weigering van het bestuur van een fonds in de zin van art. 6c lid 10 Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) om gevolg te geven aan een eigener beweging door de deelnemersraad gegeven advies, levert een voor beroep bij de Ondernemingskamer vatbaar besluit in de zin van art. 6c PSW op. Oordelend dat uit de door de rechtbank tegen het Pensioenfonds uitgesproken verklaring voor recht (in een door twee werknemers aangespannen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.