JOL 2002, 680
Wet BOPZ. Voorlopige machtiging. Hoor en wederhoor.
HR 13-12-2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0224
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
13 december 2002
- Magistraten
J.B. Fleers, A.G. Pos, P.C. Kop
- Zaaknummer
R02/079HR
- Conclusie
A-G Langemeijer
- LJN
AF0224
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2002:AF0224, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 13‑12‑2002
ECLI:NL:PHR:2002:AF0224, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 13‑12‑2002
Essentie
Wet BOPZ. Voorlopige machtiging. Hoor en wederhoor.
Nu het — blijkens het proces-verbaal dat is opgemaakt van het verhoor van betrokkene op het verzoek van de Officier van Justitie tot het verlenen van een voorlopige machtiging — ervoor moet worden gehouden dat de raadsman van betrokkene niet de gelegenheid is geboden het woord te voeren, klaagt het middel terecht dat de beschikking van de Rechtbank waarbij de voorlopige machtiging werd verleend, met schending van hoor en wederhoor tot stand is gekomen.
Partij(en)
[Verzoeker], te [woonplaats], verzoeker tot cassatie, adv. mr. G.E.M. Later.
Voorgaande uitspraak
[Verzoeker], te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.