JOL 2003, 152
Essentiële stelling.
HR 14-03-2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1891
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 maart 2003
- Magistraten
P. Neleman, A.E.M. van der Putt-Lauwers, J.B. Fleers, A.G. Pos, F.B. Bakels
- Zaaknummer
C01/150HR
- Conclusie
A-G Huydecoper
- LJN
AF1891
- Vakgebied(en)
Maatschappelijke ondersteuning / Algemeen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2003:AF1891, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑03‑2003
ECLI:NL:HR:2003:AF1891, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑03‑2003
Essentie
Essentiële stelling.
Het Hof is tekortgeschoten in zijn motiveringsplicht nu het heeft nagelaten een tweetal als essentieel te kwalificeren stellingen van thans eiser tot cassatie in zijn beoordeling te betrekken.
Partij(en)
[eiser], te [woonplaats], eiser tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerder, adv.: aanvankelijk mr. F.M. Wachter, thans mr. R.F. Thunnissen,
tegen
[verweerder], te [woonplaats], verweerder in cassatie, voorwaardelijk incidenteel eiser, advocaat: mr. E. Grabandt.
Voorgaande uitspraak
Hoge Raad:
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie — verder te noemen: [eiser] — heeft bij exploit van 2 mei 1996 verweerder in cassatie — verder te noemen: [verweerder] ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.