JOL 2003, 160
Kort geding; voorlopig oordeel; belangenafweging.
HR 14-03-2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1892
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
14 maart 2003
- Magistraten
P. Neleman, A.E.M. van der Putt-Lauwers, J.B. Fleers, A. Hammerstein, P.C. Kop
- Zaaknummer
C01/212HR
- Conclusie
A-G Keus
- LJN
AF1892
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2003:AF1892, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑03‑2003
ECLI:NL:HR:2003:AF1892, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 14‑03‑2003
Essentie
Kort geding; voorlopig oordeel; belangenafweging.
Met toepassing van art. 81 RO verworpen cassatieklachten tegen 's Hofs oordeel dat in het onderhavige kort geding, waarin slechts een voorziening bij voorraad op grond van een voorlopig oordeel mogelijk is, een belangenafweging dient plaats te vinden, alsmede tegen de door het Hof bereikte uitkomst van deze belangenafweging dient plaats te vinden, alsmede tegen de door het Hof bereikte uitkomst van deze belangenafweging.
Partij(en)
in de zaak van: (rolnummer Hof 00/713)
- 1.
[eiser 1], te [woonplaats], België,
- 2.
[eiser 2], te [woonplaats],
- 3.
[eiser 3], te [woonplaats], België,
- 4.
[eiser 4], te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.