RFR 2006, 120
Huwelijksvermogensrecht. Omvat het in de huwelijkse voorwaarden van partijen voorkomende begrip ‘inkomsten uit arbeid’ mede de ondernemingswinsten die zijn behaald in de vennootschappen van de man?
HR 06-10-2006, ECLI:NL:HR:2006:AX8847
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 oktober 2006
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, E.J. Numann, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel, F.B. Bakels
- Zaaknummer
R05/142HR
- Conclusie
A-G Langemeijer
- LJN
AX8847
- JCDI
JCDI:ADS871607:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2006:AX8847, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑10‑2006
ECLI:NL:HR:2006:AX8847, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑10‑2006
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑10‑2005
- Wetingang
BW art. 1:141 lid 4,
Essentie
Omvat het in de huwelijkse voorwaarden van partijen voorkomende begrip ‘inkomsten uit arbeid’ mede de ondernemingswinsten die zijn behaald in de vennootschappen van de man?
Samenvatting
Ex-echtgenoten, wier huwelijkse voorwaarden voorzagen in uitsluiting van iedere gemeenschap en periodieke verrekening van inkomsten uit arbeid, strijden met elkaar over de vraag of onder de werking van het verrekenbeding ook vallen de in de vennootschappen van de man opgepotte ondernemingswinsten. Voor beide partijen betrof het een tweede huwelijk en de man was ten tijde van de huwelijkssluiting al directeur en groot-aandeelhouder van zijn B.V.
HR: De uitleg van het verrekenbeding ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.