NJB 2007, 487
HR, 09-02-2007, nr. C05/338HR
HR 09-02-2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3536
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
9 februari 2007
- Zaaknummer
C05/338HR
- LJN
AZ3536
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Juridische beroepen / Rechter
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:AZ3536, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑02‑2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ3536, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 09‑02‑2007
- Wetingang
RO art. 81
Essentie
Koop. Koopster vordert schadevergoeding van verkoopster omdat in Ghana is geconstateerd dat een verkochte en daarheen verscheepte partij appels verrotting vertoonde. Het hof wijst de vordering af omdat koopster onvoldoende heeft gesteld om te kunnen oordelen dat de verrotting een gevolg is van de wijze waarop de verkoopster de appels op haar terrein heeft opgeslagen.
Uitspraak
A‑G mr. F.F. Langemeijer concludeert tot verwerping. Hij zet onder 2.2–2.5 met verwijzing naar de relevante artikelen uit Rv uiteen dat de appeldagvaarding bij exploot van 28 augustus 2003 tijdig is uitgereikt en tijdig is ingeschreven ter griffie. Ter rolzitting, waar geïntimeerde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.