NJB 2007, 2083
HR, 12-10-2007, nr. R06/181HR (OK 130)
HR 12-10-2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB4203
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
12 oktober 2007
- Zaaknummer
R06/181HR (OK 130)
- LJN
BB4203
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Juridische beroepen / Rechter
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2007:BB4203, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 12‑10‑2007
ECLI:NL:PHR:2007:BB4203, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑10‑2007
- Wetingang
RO art. 81
Essentie
Enquêterecht. Vader en zoon oefenen ieder indirect de macht uit over 50% van de aandelen van een vennootschap, waarvan de vader enig bestuurder is. De zoon is na onenigheid met de vader ontslagen als werknemer van de vennootschap. De Ondernemingskamer gelast op verzoek van een door de zoon beheerste vennootschap een enquête-onderzoek, overwegende dat sprake is van gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen, mede in verband met de impasse in de besluitvorming van de algemene vergadering van aandeelhouders die door de onenigheid tussen vader en zoon is ontstaan.