Einde inhoudsopgave
RvdW 2007, 867
HR, 12-10-2007, nr. R06/181HR (OK 130)
HR 12-10-2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB4203
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
12 oktober 2007
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, W.D.H. Asser
- Zaaknummer
R06/181HR (OK 130)
- Conclusie
A-G Timmerman
- LJN
BB4203
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2007:BB4203, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 12‑10‑2007
ECLI:NL:PHR:2007:BB4203, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑10‑2007
Essentie
Enquêterecht; gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid van de betrokken vennootschappen. Cassatieberoep verworpen met toepassing van art. 81 RO.
Partij(en)
1. [Verzoekster 1], te [vestigingsplaats],
2. [Verzoekster 2], te [vestigingsplaats],
3. [Verzoeker 3], te [woonplaats],
4. [Verzoekster 4], te [vestigingsplaats], verzoekers tot cassatie, adv. mr. M.L. Kleyn,
tegen
[Verweerster], te [vestigingsplaats], verweerster in cassatie, adv. mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Uitspraak
Hoge Raad:
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerster] heeft op 16 december 2005 een verzoekschrift ingediend bij de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam en verzocht, kort gezegd:
- 1.
een onderzoek ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.