Einde inhoudsopgave
RvdW 2007, 1005
HR, 23-11-2007, nr. C07/10936
HR 23-11-2007, ECLI:NL:HR:2007:BB5064
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
23 november 2007
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, C.A. Streefkerk
- Zaaknummer
C07/10936
- Conclusie
A-G Langemeijer
- LJN
BB5064
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:BB5064, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 23‑11‑2007
ECLI:NL:HR:2007:BB5064, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 23‑11‑2007
Essentie
Wet bopz. Machtiging voortgezet verblijf; gevaarscriterium; onbegrijpelijk oordeel.
De rechtbank heeft zich bij de beoordeling van het verzoek tot het verlenen van machtiging tot voortgezet verblijf terecht gebaseerd op de feiten en omstandigheden die zich ten tijde van haar beslissing voordeden. Het (op hetgeen tijdens het verhoor ter zitting was gebleken gebaseerde) oordeel van de rechtbank dat het voor de voortzetting van het verblijf van betrokkene noodzakelijke gevaar niet is gebleken, is in het licht van de gedingstukken niet begrijpelijk.
Partij(en)
De Officier van Justitie in het Arrondissement Rotterdam, verzoeker tot cassatie, adv. mr. D. Stoutjesdijk,
tegen
[Betrokkene], ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.