NJB 2008, 387
HR, 25-01-2008, nr. C06/222HR
HR 25-01-2008, ECLI:NL:PHR:2008:BB5927
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
25 januari 2008
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk
- Zaaknummer
C06/222HR
- Conclusie
A‑G mr. J. Wuisman
- LJN
BB5927
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2008:BB5927, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 25‑01‑2008
ECLI:NL:PHR:2008:BB5927, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑01‑2008
- Wetingang
BW art. 6:217
Essentie
Nadat met een bodemsanering is aangevangen, blijkt dat de verontreiniging veel ernstiger is dan geschat. De opdrachtnemer geeft aan de opdrachtgever te kennen meerkosten in rekening te zullen brengen en stelt een nieuw saneringsplan op. De opdrachtgever laat een factuur onbetaald en laat de sanering voltooien door een derde. HR: 1. Waardering tegenbewijs. Geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting geeft het oordeel van het hof dat uit de getuigenverklaringen niet aannemelijk is geworden dat de opdrachtgever de verschuldigdheid van meerkosten heeft afgewezen, zodat het bewijsvermoeden dat de opdrachtgever daarmee heeft ingestemd, niet is ontzenuwd. 2. Nadere overeenkomst. Gelet op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.