NJB 2008, 506
HR, 08-02-2008, nr. C06/240HR
HR 08-02-2008, ECLI:NL:HR:2008:BC3838
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
8 februari 2008
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser
- Zaaknummer
C06/240HR
- Conclusie
A-G mr. L.A.D. Keus
- LJN
BC3838
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2008:BC3838, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 08‑02‑2008
ECLI:NL:HR:2008:BC3838, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 08‑02‑2008
- Wetingang
BW art. 1:99
Essentie
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Onbegrijpelijk is het oordeel van het hof dat de man een waarde van de echtelijke woning van ƒ 335 000 als reëel zou hebben aanvaard.
Partij(en)
De man, adv. mr. V.K.S. Budhu Lall,
tegen
de vrouw, niet verschenen.
Uitspraak
Feiten en procesverloop
Het gaat in deze zaak om de verdeling van de tussen partijen bestaande huwelijksgoederengemeenschap nadat hun op 18 juni 1971 gesloten huwelijk op 23 juli 1998 door echtscheiding is ontbonden. Tot de huwelijksgoederengemeenschap behoort de voormalige echtelijke woning. De rechtbank heeft deze aan de vrouw toegedeeld tegen een waarde van ƒ 335 000. Het hof heeft de hiertegen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.