RFR 2008, 42
Huwelijksvermogensrecht. Op welke wijze wordt de waarde van een tot de huwelijksgoederengemeenschap behorend goed vastgesteld?
HR 08-02-2008, ECLI:NL:HR:2008:BC3838
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 februari 2008
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, C.A. Streefkerk, W.D.H. Asser
- Zaaknummer
C06/240HR
- Conclusie
A-G Keus
- LJN
BC3838
- JCDI
JCDI:ADS871594:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Goederenrecht / Gemeenschap
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
Erfrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2008:BC3838, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 08‑02‑2008
ECLI:NL:HR:2008:BC3838, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑02‑2008
- Wetingang
Essentie
Op welke wijze wordt de waarde van een tot de huwelijksgoederengemeenschap behorend goed vastgesteld?
Samenvatting
De man en de vrouw zijn in 1971 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. In 1998 is hun huwelijk door echtscheiding ontbonden. Zij strijden thans over de wijze van verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap en dan met name over de verdeling van de voormalig echtelijke woning. Zowel de rechtbank als het hof hebben bepaald dat die voormalig echtelijke woning aan de vrouw wordt toegedeeld tegen een waarde van ƒ 335.000. Tegen de beslissing ter zake de waardebepaling van de voormalig echtelijke woning heeft de man beroep ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.