NJB 2008, 615
HR, 22-02-2008, nr. C06/135HR
HR 22-02-2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2768
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
22 februari 2008
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, O. de Savornin-Lohman, A. Hammerstein, F.B. Bakels en W.D.H. Asser
- Zaaknummer
C06/135HR
- Conclusie
A-G mr. L. Strikwerda
- LJN
BC2768
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Burgerlijk procesrecht (V)
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2008:BC2768, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑02‑2008
ECLI:NL:HR:2008:BC2768, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 22‑02‑2008
- Wetingang
Haags Verdrag testamentsvormen 1961 art. 1 lid 1; Haags Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op erfopvolging art. 5 lid 1; Haags Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op erfopvolging art. 5 lid 2; Haags Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op erfopvolging art. 7 lid 3; Wet Conflictenrecht Erfopvolging art. 1; Wet Conflictenrecht Erfopvolging art. 4 lid 1; (Zwitsers) Zivilgesetzbuch art. 499; (Zwitsers) Zivilgesetzbuch art. 505; (Zwitsers) Zivilgesetzbuch art. 520; (Frans) Code Civil art. 970; (Frans) Code Civil art. 971; (Frans) Code Civil art. 1001
Essentie
Hoedanigheid procespartij. Bewijsopdracht in cassatie. Cassatieberoep wordt ingesteld in de hoedanigheden: beneficiair testamentair erfgenaam, executeur van de nalatenschap en lasthebber van de kinderen. Die hoedanigheden zouden komen vast te staan als Zwitsers recht van toepassing is. HR laat bewijslevering door getuigen toe.
Partij(en)
C., adv. mr. R.S. Meijer,
tegen
Janzen, adv. mr. H.J.A. Knijff.
Uitspraak
Procesverloop
De rechtbank heeft B. bij verstek veroordeeld tot betaling van een geldsom aan Janzen.
B. heeft verzet ingesteld bij het hof. Op 1 januari 2006 is B., die de Nederlandse nationaliteit had en ongehuwd was, overleden. Op 31 januari 2006 heeft het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.